Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 13 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:10014Zaaknummer C/10/721400 / JE RK 26-1174

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
19 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/721400 / JE RK 26-1174
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 7 augustus 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Locatie Rotterdam

Zaaknummer: C/10/721400 / JE RK 26-1174

Datum uitspraak: 13 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats].

[naam stiefvader],

hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 juni 2026, bij de rechtbank binnengekomen op 12 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A].

1.3.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder en de stiefvader.

2.3.

Bij beschikking van 25 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 7 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De moeder en [voornaam minderjarige] zijn heel hecht. Het contact tussen de GI, de moeder en [voornaam minderjarige] verloopt moeizaam. Hierdoor heeft de GI geen zicht op de opvoedsituatie. De GI heeft het vermoeden dat de moeder niet voldoende in staat is om [voornaam minderjarige] te begrenzen. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] opgroeit in een stabiele thuissituatie. Ook de hulpverlening wordt niet geaccepteerd. Er is opnieuw ondersteuning vanuit ASVZ aangevraagd voor twee keer in de week. Dit is deze week opgestart. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven dat zij een goede klik heeft met de hulpverlener van ASVZ. Het is goed als [voornaam minderjarige] iemand heeft waarmee zij kan praten. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat deze opvoedondersteuning doorloopt. De GI denkt, gelet op eerdere ervaringen, dat als er geen ondertoezichtstelling meer loopt, de moeder en [voornaam minderjarige] de hulpverlening zullen afhouden. Bovendien bestaan er nog aanhoudende zorgen over het schoolverzuim van [voornaam minderjarige] en ook de leerplichtambtenaar is betrokken. [voornaam minderjarige] stelt dat zij nu gemotiveerd is om te starten op een nieuwe school. Het is echter op dit moment zomervakantie, waardoor [voornaam minderjarige] nog niet kan laten zien dat zij ook daadwerkelijk naar school zal blijven gaan. Het is nog te vroeg om de ondertoezichtstelling te beëindigen.

4.2.

De moeder brengt het volgende naar voren. [voornaam minderjarige] werd gepest op school en wilde daarom niet naar school. Thuis gaat het goed. [voornaam minderjarige] en de stiefvader kunnen meer van elkaar hebben en het gaat redelijk. De hulpverlener van ASVZ heeft aangegeven dat als de ondertoezichtstelling wordt beëindigd, zij alsnog betrokken kan blijven bij het gezin. Een ondertoezichtstelling is dan ook niet langer noodzakelijk. Sinds drie maanden gaat [voornaam minderjarige] naar de fysio voor haar scoliose. Dit verlicht haar pijn. Ze moet de komende tijd haar spieren sterker maken. Verder gaat het goed met [voornaam minderjarige]. Er loopt al meer dan vier jaar een ondertoezichtstelling. De moeder vindt dat dit lang genoeg heeft geduurd. Als de ondertoezichtstelling wordt verlengd, dan is een jaar te lang.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de GI onvoldoende zicht heeft op de opvoedvaardigheden van de moeder en er zorgen bestaan over de begrenzing en emotionele ondersteuning van [voornaam minderjarige] in de thuissituatie. Daarnaast zijn er aanhoudende zorgen over het schoolverzuim van [voornaam minderjarige] en het feit dat [voornaam minderjarige] en de moeder tot voor kort onvoldoende hebben meegewerkt aan de noodzakelijke hulpverlening. Het stemt de kinderrechter positief dat [voornaam minderjarige] en de moeder ter zitting hebben aangegeven te willen meewerken aan de opvoedondersteuning vanuit ASVZ. Ook is het goed dat [voornaam minderjarige] een nieuwe school heeft gevonden en dat de band tussen [voornaam minderjarige] en haar stiefvader is verbeterd. De kinderrechter is het echter met de GI eens dat deze positieve ontwikkelingen nog pril en kwetsbaar zijn en dat betrokkenheid van de GI vooralsnog noodzakelijk blijft. Daarbij weegt mee dat de ondertoezichtstelling al een paar jaar loopt, dat er tot nu toe onvoldoende is bereikt, waarbij [voornaam minderjarige] en de moeder eerder hulpverlening hebben geweigerd. Hierdoor zijn er zorgen of de ingezette hulpverlening en de schoolgang van [voornaam minderjarige] in het vrijwillig kader zullen worden voortgezet. [voornaam minderjarige] is nog niet gestart op haar nieuwe school. Het is daarom van belang dat de GI de komende periode de regie voert en monitort of [voornaam minderjarige] daadwerkelijk naar school gaat, de hulpverlening van de grond komt en wordt doorgezet en er mogelijk aanvullende hulpverlening nodig is. De kinderrechter wenst het [voornaam minderjarige] en de moeder toe dat de positieve ontwikkelingen door blijven gaan, dat [voornaam minderjarige] haar weg vindt op school en in het leven. Voor dit moment is de ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Een kortere periode acht de kinderrechter op dit moment niet realistisch, gelet op de te volgen ontwikkelingen en de benodigde stabiliteit in het leven van [voornaam minderjarige]. De GI kan beoordelen of en wanneer de ondertoezichtstelling kan worden beëindigd.

5.3.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 7 augustus 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.