Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Rotterdam, 12 mei 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:5898Zaaknummer ROT 25/3214
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 12 mei 2025
- Publicatiedatum
- 26 mei 2025
- Zaaknummer
- ROT 25/3214
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk omdat verzoeker het griffierecht niet heeft betaald en niet is gebleken dat hiervoor een verontschuldiging is.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025 door
mr. G.A. Bouter-Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/3214
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 mei 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. S. Duinhouwer).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering. Het college heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 3 april 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college. Verzoeker is zonder bericht van verhindering niet verschenen.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij aangetekend verzonden brief van 14 april 2025 heeft de griffier verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief of, als de zitting eerder is, uiterlijk voorafgaande aan de zitting. Volgens de Track & Trace-informatie van PostNL is deze brief op 16 april 2025 bij verzoeker bezorgd. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker het verschuldigde griffierecht van € 53,- niet heeft betaald. Daarmee is sprake van een verzuim. Verzoeker is niet ter zitting verschenen om uit te leggen waarom hij het griffierecht niet heeft betaald. De voorzieningenrechter is uit het dossier niet gebleken dat er een verontschuldiging voor het verzuim is. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025 door
mr. G.A. Bouter-Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.