Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 25 april 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:5205Zaaknummer FT RK 24/1785

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25 april 2025
Publicatiedatum
29 april 2025
Zaaknummer
FT RK 24/1785
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WSNP toegewezen. Eerdere ingangsdatum van acht maanden. De vaststelling in het nulaanbod dat verzoekster geen afloscapaciteit heeft, moet op één lijn worden gesteld met een eerste aflossing.

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum]-1966 te [geboorteplaats],

wonende op een (bij de rechtbank bekend) geheim adres;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger

en tot bewindvoerder R.I de Jong,

gevestigd te [postadres]

;

- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 19 augustus 2024 en de einddatum op 19 februari 2026;

- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/11e deel van de overeenkomstig artikel 2 van dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:

- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,

- voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. C.G.E. Prenger, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.[_6e006ad6-63d7-44d7-8b1f-0fa3ca4fe8c9]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling van het verzoek
  3. De toelating
  4. 3 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

insolventienummer: [nummer]

vonnis van: 25 april 2025

op het verzoek van:

[verzoekster],

wonende op een (bij de rechtbank bekend) geheim adres.

Waar deze zaak over gaat

[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt [verzoekster] om de ingangsdatum van de WSNP eerder vast te stellen. Dit verzoek wordt toegewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 De procedure

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 18 april 2025. Op de zitting zijn verschenen:

- [verzoekster], verzoekster,

- mevrouw S. Paltan, beschermingsbewindvoerder.

2 De beoordeling van het verzoek

De toelating

2.1.

[verzoekster] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.

2.2.

[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.

Verplichtingen

2.3.

De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

2.4.

Als [verzoekster] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen.

Postblokkade

2.5.

De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].

Bevoegdheid rechtbank

2.6.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.

De ingangsdatum

2.7.

Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.

2.8.

[verzoekster] verzoekt de termijn eerder te laten ingaan.

2.9.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

2.10.

De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject op basis van haar inkomen geen afloscapaciteit heeft gehad en dat om die reden aan de schuldeisers een zogenoemd nulaanbod is gedaan. De vaststelling in het nulaanbod dat [verzoekster] geen afloscapaciteit heeft, moet op één lijn worden gesteld met een eerste aflossing (als bedoeld in artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet). Ondanks dat [verzoekster] geen afloscapaciteit heeft, is er door haar wel afgedragen aan een schuldeiser onder het gelegde beslag op de uitkering van [verzoekster]. Daarnaast is in de periode van het schuldhulpverleningstraject ook aan de inspanningsverplichting voldaan. [verzoekster] ontvangt een WAO-uitkering en heeft aan de rechtbank de beslissing van het UWV van 6 januari 2025 overgelegd, waarin wordt vermeld dat de WAO-uitkering geen sollicitatieverplichting kent.

2.11.

De rechtbank komt dus tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 19 augustus 2024, zijnde de datum waarop het (nul)aanbod is gedaan.

3 De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum]-1966 te [geboorteplaats],

wonende op een (bij de rechtbank bekend) geheim adres;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger

en tot bewindvoerder R.I de Jong,

gevestigd te [postadres]

;

- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 19 augustus 2024 en de einddatum op 19 februari 2026;

- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/11e deel van de overeenkomstig artikel 2 van dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:

- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,

- voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. C.G.E. Prenger, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.[_6e006ad6-63d7-44d7-8b1f-0fa3ca4fe8c9]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.