Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Rotterdam, 16 januari 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:417Zaaknummer ROT 24/7600

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16 januari 2025
Publicatiedatum
17 januari 2025
Zaaknummer
ROT 24/7600
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De nadere beslistermijn en de dwangsomhoogte zijn in overeenstemming met de uitspraak van een meervoudige kamer van de rechtbank van 15 juli 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:6560). De kritiek van opposante op die uitspraak onderschrijft de rechtbank niet. Zij wijst in dit verband voor wat betreft de hoogte van de dwangsom op haar uitspraak van 20 december 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:12947). En voor wat betreft de nadere beslistermijn acht zij de overwegingen 3.1 tot en met 3.9 van haar uitspraak van 15 juli 2024 toereikend.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2025.

De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [Naam] ([Naam]), uit [Plaats], opposante
  2. Dienst Toeslagen, verweerder.
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/7600 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2025 op het verzet van

[Naam] ([Naam]), uit [Plaats], opposante

(gemachtigde: mr. K. Hoesenie),

tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 augustus 2024 in het geding tussen

opposante

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van [Naam] gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 augustus 2024 waarin de rechtbank de verschuldigde dwangsom van € 1.442 wegens niet tijdig beslissen op bezwaar heeft vastgesteld, verweerder een nadere termijn van 40 weken (te rekenen vanaf het verweerschrift) heeft geboden om op het bezwaar te beslissen en daaraan een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 heeft verbonden.

2. [Naam] heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De bereidverklaring van haar gemachtigde om een nadere mondelinge toelichting te geven is niet een dergelijk verzoek.

Beoordeling door de rechtbank

3. In verzet dient de rechtbank te beoordelen of een behandeling van de zaak ter zitting tot een andere uitkomst had kunnen leiden dan de vereenvoudigde afdoening die heeft plaatsgevonden. De rechtbank meent dat dit niet het geval is. Het verzet ziet uitsluitend op de door de rechtbank geboden nadere beslistermijn en de daaraan verbonden hoogte van de dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht. De nadere beslistermijn en de dwangsomhoogte zijn in overeenstemming met de uitspraak van een meervoudige kamer van de rechtbank van 15 juli 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:6560). De kritiek van [Naam] op die uitspraak onderschrijft de rechtbank niet. Zij wijst in dit verband voor wat betreft de hoogte van de dwangsom op haar uitspraak van 20 december 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:12947). En voor wat betreft de nadere beslistermijn acht zij de overwegingen 3.1 tot en met 3.9 van haar uitspraak van 15 juli 2024 toereikend.

Conclusie en gevolgen

4. De grond van het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 30 augustus 2024. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2025.

De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.