Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Rotterdam, 13 maart 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:3227Zaaknummer ROT 24/4148

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 maart 2025
Publicatiedatum
29 april 2025
Zaaknummer
ROT 24/4148
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WHT NTB

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in aanwezigheid van

A.R. de Groot, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 maart 2025.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Dienst Toeslagen, verweerder.
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/4148

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres,

gemachtigde: mr. C.H. Bijvank,

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij verweerder een verzoek gedaan om herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag.

Eiseres heeft beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit.

Verweerder heeft op 30 april 2024 een verweerschrift ingediend. Per e-mailbericht van 31 juli 2024 heeft verweerder de rechtbank te kennen gegeven dat alsnog is beslist op het verzoek van eiseres.

Overwegingen

  • De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een zitting daarom niet nodig is.
  • Eiseres heeft zich gemeld bij verweerder voor een herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft dit verzoek in behandeling genomen en de beslistermijn met zes maanden verlengd. Verweerder moest uiterlijk op 27 maart 2024 een besluit nemen.
  • Eiseres heeft op 21 maart 2024 beroep ingesteld. Verweerder heeft op 11 juli 2024 2024 de definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag, met kenmerk UHT-DCHO, bekend gemaakt.
  • De rechtbank stelt vast dat verweerder een beslissing heeft genomen op het verzoek van eiseres. Dat betekent dat het procesbelang van eiseres bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet langer aanwezig is.De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
  • De rechtbank ziet aanleiding te bepalen dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt omdat de beslissing door verweerder is genomen nadat eiseres beroep had ingesteld
  • De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser/es gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.[_1b6b4fc2-4d10-4972-9f6b-6f4d6e6ee45a] Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb, is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in aanwezigheid van

A.R. de Groot, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 maart 2025.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.