Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Rotterdam, 28 februari 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:2293Zaaknummer AWB - 24 _ 8776

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 februari 2025
Publicatiedatum
28 februari 2025
Zaaknummer
AWB - 24 _ 8776
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Pw. Bijzondere bijstand voor inrichtings- en stofferingskosten. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat het toegekende bedrag niet toereikend is. Betrokkene heeft niet onderbouwd dat voor dit bedrag de goedkoopste adequate voorziening kon worden getroffen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/8776

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I. Car),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. J.F. Jim).

Procesverloop

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank beroep van eiseres tegen de hoogte van het toegekende bedrag aan bijzondere bijstand voor de stoffering en inrichting van haar woning.

1.2.

Het college heeft met het besluit van 27 mei 2024 (het primaire besluit) een bedrag van € 3.541,- aan bijzondere bijstand toegekend.

1.3.

Met het besluit van 11 september 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

1.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld. Het college heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.

1.2.

De rechtbank heeft beroep op 17 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de zomer van 2023 is eiseres haar woning kwijtgeraakt door een brand. Nadat zij een urgentieverklaring had gekregen, is eiseres per 2 mei 2024 verhuisd naar een nieuwe woning. Op 2 mei 2024 heeft eiseres bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de inrichting en stoffering van haar nieuwe woning.

3. Aan het bestreden besluit heeft het college het volgende ten grondslag gelegd. Het bedrag dat is toegekend, is in lijn met de globaliseringstabel behorend bij de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024 (Beleidsregels). Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het toegekende bedrag in haar geval niet toereikend is.

4. Eiseres heeft – samengevat – het volgende aangevoerd. Het toegekende bedrag is niet toereikend. De vorige woning van eiseres is totaal uitgebrand en zij heeft daarom geen spullen mee kunnen nemen naar haar nieuwe woning. Verder is deze woning relatief groot. Met die omstandigheid heeft het college ten onrechte geen rekening gehouden.

5. Een bijstandverlenende instantie mag in beginsel voor het bepalen van de omvang van de noodzakelijke kosten en de hoogte van de bijzondere bijstand forfaitaire bedragen of richtlijnen hanteren. De betrokkene moet met de bijzondere bijstand de goedkoopste adequate voorziening kunnen treffen. Het is aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat het forfaitair vastgestelde bedrag daartoe niet toereikend is (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 3 december 2024 van de Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2024:2438).

6. De rechtbank oordeelt dat de beroepsgronden niet slagen. Het college heeft de bijzondere bijstand voor stoffering en inrichting vastgesteld in lijn met de Beleidsregels. Dat eiseres door de brand geen spullen meer had, is geen reden om van de standaardbedragen in de Beleidsregels af te wijken. Het college heeft ter zitting toegelicht dat de standaardbedragen ook van toepassing zijn in gevallen, zoals hier, waarin geen huisraad kan worden meegenomen vanuit een vorige woning. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat dit niet juist is. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het toegekende bedrag niet toereikend is. Zij heeft niet met concrete gegevens en stukken onderbouwd dat zij voor dit bedrag niet de goedkoopste adequate voorziening heeft kunnen treffen. Verder is niet gesteld of gebleken dat de nieuwe woning van eiseres substantieel groter is dan een gemiddelde huurwoning voor een alleenstaande.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.