Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 19 december 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:15625Zaaknummer 11562013 CV EXPL 25-4298

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
11562013 CV EXPL 25-4298
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing geëiste hoofdsom, een bij voormalig huurder in rekening gebracht bedrag aan servicekosten dat vooral ziet op kosten voor verwarming. Het warmteverbruik in het gebouw, dat bestaat uit verschillende verhuurde bedrijfsruimtes, is niet vastgesteld aan de hand van meterstanden in de verschillende bedrijfsruimtes. Huurder heeft al vanaf 2023 gevraagd om uitleg over hoe de kosten worden omgeslagen over de huurders. Die uitleg is ook in de procedure niet gegeven, wat wel op de weg van verhuurder had gelegen gelet op het gevoerde verweer.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de eisen af;

3.2.

veroordeelt F.M.T. Beheer in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.

465

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11562013 CV EXPL 25-4298

datum uitspraak: 19 december 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

F.M.T. Beheer B.V., die ook handelt onder de naam VPS Nederland,

vestigingsplaats: Den Haag,

eiseres,

gemachtigde: mr. F.J.M. van der Bruggen,

tegen

[gedaagde], die voorheen handelde onder de naam [handelsnaam],

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘F.M.T. Beheer’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 24 februari 2025, met bijlagen;
  • het mondelinge antwoord;
  • het aanvullende schriftelijke antwoord, met bijlagen.
1.2.

Op 21 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met

mr. Van der Bruggen voor F.M.T. Beheer en met [gedaagde].

2 De beoordeling

Kern van de zaak

2.1.

F.M.T. Beheer eist [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 3.939,42 aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten en daarnaast de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 3.180,59 vanaf de dagvaarding en de proceskosten. [gedaagde] is het hiermee niet eens.

Afwijzing hoofdsom

2.2.

Het geëiste bedrag van € 3.180,59 aan hoofdsom wordt afgewezen. Het bedrag betreft volgens F.M.T. Beheer de afrekening servicekosten 2022 voor de kantoorruimte op de locatie [adres] die [gedaagde] voorheen van haar gehuurd heeft. In het bijzonder gaat het om bij [gedaagde] in rekening gebrachte kosten voor verwarming. De kosten zijn niet vastgesteld op basis van meterstanden, want de verhuurde ruimtes in het gebouw waarin het door [gedaagde] gehuurde zich bevindt zijn niet voorzien van afzonderlijke meters. Het warmteverbruik wordt omgeslagen over de huurders/gebruikers.

2.3.

De wijze waarop het warmtegebruik over de huurders/gebruikers wordt omgeslagen is volgens [gedaagde] niet eerlijk, want de ene huurder verbruikt meer warmte dan de ander. Daarnaast vindt [gedaagde] het bedrag exorbitant hoog.

2.4.

Gelet op dit verweer had het op de weg van F.M.T. Beheer gelegen om onderbouwd inzicht te verschaffen in de hoogte van de kosten van de verwarming van het gebouw en de wijze waarop deze kosten zijn omgeslagen over de huurders/gebruikers, onder wie [gedaagde][_90043246-15bb-4bf8-a274-4c31b21b34df]. Dat is niet gebeurd. Niet weersproken is dat [gedaagde] al in 2023 om uitleg heeft gevraagd over de afrekening servicekosten 2022 en die ook toen niet gekregen heeft. De gemachtigde van F.M.T. Beheer heeft ter zitting te kennen gegeven niet te beschikken over een stuk waaruit de verdeling van de kosten blijkt en kon de hoogte van de vordering niet verder toelichten. De gemachtigde kon ook niet toelichten waarom het factuurbedrag (productie 3) afwijkt van het gevorderde bedrag. F.M.T. Beheer heeft gelet op het voorgaande onvoldoende (gemotiveerd) feiten gesteld ter onderbouwing van de geëiste hoofdsom. Daarom wordt F.M.T. Beheer ook niet in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren op dit punt. Overigens is ook geen specifiek bewijsaanbod gedaan. Bij deze stand van zaken staat de verschuldigdheid van de hoofdsom niet vast en wordt deze afgewezen.

Afwijzing incassokosten en rente

2.5.

De geëiste incassokosten en rente worden eveneens afgewezen. Omdat de geëiste hoofdsom wordt afgewezen, treft dat lot ook de daarmee samenhangende nevenvorderingen.

Proceskosten

2.6.

De proceskosten komen voor rekening van F.M.T. Beheer, omdat zij ongelijk krijgt[_2f6190a7-e610-4ef7-9b96-e7d222ff6459]. De kantonrechter begroot de kosten die F.M.T. Beheer aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten[_34e41750-c40f-4e5d-8ba7-59a2cd331023].

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de eisen af;

3.2.

veroordeelt F.M.T. Beheer in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.

465

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.