Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 28 november 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:14686Zaaknummer 11633805 CV EXPL 25-8758

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11633805 CV EXPL 25-8758
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veroordeling tot betaling aan VvE van achterstallige maandbijdragen en stookkostenafrekening.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:

- € 2.232,72, € 2.232,72, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over

€ 2.165,68 vanaf 27 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

- de toekomstige termijnen (VvE bijdragen) voor iedere maand na maart 2025, zolang [gedaagde] eigenaar is van het appartementsrecht;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.041,14;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

465

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11633805 CV EXPL 25-8758

datum uitspraak: 28 november 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

vestigingsplaats: Vlaardingen,

eiseres,

gemachtigde: Van Houwelingen & Partners Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde],

woonplaats: Vlaardingen,

gedaagde,

gemachtigde: mr. B. el Ouath.

De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 2 april 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de dupliek, met een bijlage;
  • de rolbeslissing van 5 september 2025;
  • de akte wijziging van eis, met bijlagen;
  • de antwoordakte.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[gedaagde] is eigenaar van het appartementsrecht op het adres [adres] en van rechtswege lid van [eiseres]. Hij moet maandelijks een bijdrage en jaarlijks een stookkostenafrekening aan [eiseres] betalen. Er is een betalingsachterstand ontstaan. [eiseres] eist daarom [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 2.232,72 en van de toekomstige termijnen voor iedere maand na maart 2025, met rente en kosten. [gedaagde] is het eens met de achterstand, maar vindt niet dat hij de proceskosten hoeft te betalen. De eis van [eiseres] wordt echter volledig toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en rente

2.2.

De eis tot betaling van de achterstand van € 2.232,72 wordt toegewezen, omdat [gedaagde] de verschuldigdheid daarvan niet heeft weersproken. De incassokosten van € 49,01 worden ook toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De wettelijke rente die is geëist wordt eveneens toegewezen. [eiseres] heeft daarvoor voldoende gesteld en [gedaagde] heeft dat niet betwist.

Toekomstige VvE-bijdrage

2.3.

[gedaagde] wordt, zoals geëist, veroordeeld tot betaling van de maandelijkse VvE-bijdragen vanaf april 2025, zolang hij eigenaar is van het appartementsrecht. Dat hij deze verplichting heeft, is namelijk niet in geschil.

Betalingsregeling?

2.4.

[gedaagde] heeft erop gewezen dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen. Nog daargelaten dat dat pas ruim na het starten van deze procedure is gebeurd, heeft [eiseres] gemotiveerd toegelicht dat de regeling is vervallen omdat [gedaagde] deze niet is nagekomen. Voor zover [gedaagde] opnieuw een regeling wil, moet hij daarvoor in overleg met de gemachtigde van [eiseres] om te vragen of [eiseres] weer een betalingsregeling wil afspreken.

Proceskosten

2.5.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen een proceskostenveroordeling. Volgens hem had deze procedure namelijk kunnen worden voorkomen als [eiseres] beter had gecommuniceerd. Wat daarvan verder ook zij, een eventueel gebrek aan communicatie levert geen rechtvaardiging op voor het niet betalen of opschorten van de betaling van [eiseres]-bijdragen. Vanwege de ontstane betalingsachterstand is [eiseres] dan ook op goede gronden een procedure gestart. Omdat [gedaagde] ongelijk krijgt, komen de proceskosten dan ook voor zijn rekening. De kantonrechter begroot de kosten die hij aan [eiseres] moet betalen op

€ 146,14 aan dagvaardingskosten, € 385,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.041,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Uitvoerbaar bij voorraad

2.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:

- € 2.232,72, € 2.232,72, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over

€ 2.165,68 vanaf 27 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

- de toekomstige termijnen (VvE bijdragen) voor iedere maand na maart 2025, zolang [gedaagde] eigenaar is van het appartementsrecht;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.041,14;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

465

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.