Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Rotterdam, 20 maart 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:11782Zaaknummer ROT 25/884 / 695552 HA RK 25-208

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
10 oktober 2025
Zaaknummer
ROT 25/884 / 695552 HA RK 25-208
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is, omdat verzoeker geen specifieke rechter heeft genoemd en uit het dossier niet blijkt dat de zaak al aan een rechter was toegewezen. De tot nu toe gevoerde correspondentie kwam enkel van de griffier, die het griffierecht zelfstandig int op basis van artikel 8:41 Awb. Er is daarom geen reden voor een mondelinge behandeling, en verzoeker wordt op grond van het Wrakingsprotocol niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank:

4.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. J.F. Koekebakker, en mr. M.G.L. de Vette, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E.F. Bronkhorst, griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het wrakingsverzoek
  3. 3 De ontvankelijkheid van het verzoek
  4. 4 De beslissing

beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

zaaknummer: ROT 25/884 / 695552 HA RK 25-208

Beslissing van 20 maart 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats], hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

de rechter in de zaak met zaaknummer ROT 25/884,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de bestuursrechtzaak met zaaknummer ROT 25/884. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt verder uit het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 28 februari 2025.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Samengevat en zakelijk weergegeven komen de door verzoeker aangevoerde gronden erop neer dat er kennelijk problemen zijn geweest met de aangetekende postbezorging waardoor het verzoeker onmogelijk was om tijdig het griffierecht te betalen. Verzoeker heeft verder naar voren gebracht dat hij los daarvan het griffierecht niet verschuldigd is nu volgens hem wordt voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling.

3 De ontvankelijkheid van het verzoek

3.1.

Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan alleen de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Het verzoek heeft echter geen betrekking op de rechter die met de behandeling van de zaak belast is. De naam van de rechter wordt door verzoeker niet genoemd. Evenmin blijkt uit de stukken in het dossier dat de zaak inmiddels aan een rechter is toebedeeld. De tot nu toe in de zaak met verzoeker gevoerde correspondentie is afkomstig van de griffier: het griffierecht wordt, anders dan verzoeker kennelijk veronderstelt, zonder instructie van een rechter geheven op grond van artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht. Om deze redenen kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

3.2.

Voor behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gelet op het vorenstaande niet toegekomen.

3.3.

Verzoeker is dus kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Op grond van artikel 8, lid 2, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. J.F. Koekebakker, en mr. M.G.L. de Vette, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E.F. Bronkhorst, griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.