Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 2 mei 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:11526Zaaknummer C/10/690648 / JE RK 24-2626

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/690648 / JE RK 24-2626
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is ingetrokken door de GI. Daardoor kunnen de gronden voor verlenging niet worden onderzocht. De kinderrechter wijst het verzoek af.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 16 mei 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het (aangehouden) verzoek
  4. 4 Het standpunt van de moeder
  5. 5 Het standpunt van de vader
  6. 6 De beoordeling
  7. 7 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/690648 / JE RK 24-2626

Datum uitspraak: 2 mei 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ([geboorteland]), hierna te noemen: [voornaam minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Kocak, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader],

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit de beschikking van 24 april 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:

  • de moeder bijgestaan door mr. B.H. van der Zwan waarnemend voor mr. S. Kocak;
  • de vader;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A].
1.3.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter.

2 De feiten

2.1.

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige].

2.2.

[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

2.3.

Bij beschikking van 19 november 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 23 november 2025.

2.4.

Bij beschikking van 24 april 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 2 mei 2024 tot 9 mei 2025. Het overige verzochte is aangehouden.

3 Het (aangehouden) verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Eerder is al beslist op de periode tot 9 mei 2025. Thans dient beslist te worden op de periode tot 2 juli 2025.

3.3.

De GI trekt het verzoek ter zitting in, onder de voorwaarde dat [voornaam minderjarige] en de moeder meewerken aan ambulante hulpverlening. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven daartoe bereid te zijn en zijn best te doen. Hij is geschrokken van Hoenderloo en wil daar niet meer terug, maar er is wel ondersteuning nodig om verdere achteruitgang te voorkomen. Ook de moeder heeft ondersteuning nodig om sterker in haar schoenen te staan.

4 Het standpunt van de moeder

4.1.

De moeder geeft aan dat [voornaam minderjarige] zich thuis beter gedraagt dan voorheen. De moeder accepteert de geboden ondersteuning.

5 Het standpunt van de vader

5.1.

De vader geeft aan dat hij akkoord gaat met het verblijf van [voornaam minderjarige] bij de moeder. De vader staat open voor opvoedondersteuning, maar dit is lastig omdat hij geen woning heeft.

6 De beoordeling

6.1.

De kinderrechter stelt vast dat de GI het verzoek intrekt. Als gevolg van het intrekken van het verzoek kunnen de gronden voor een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing niet meer onderzocht worden. Om die reden zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 16 mei 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.