Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 21 augustus 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:7999Zaaknummer C/10/677525 / HA ZA 24-328

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
C/10/677525 / HA ZA 24-328
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vonnis in incident. Voeging van zaken. Artikel 222 lid 1 Rv. Afwijzing. De zaak waarmee eiseres in het incident de hoofdzaak wil laten voegen, is op dit moment (nog) in behandeling bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De zaken kunnen daarom (nog) niet worden gevoegd. Als de Rechtbank Zeeland-West-Brabant overgaat tot verwijzing naar de Rechtbank Rotterdam, dan leidt die verwijzing van rechtswege tot voeging van de zaken. Daar is dus geen afzonderlijke (incidentele of ambtshalve) beslissing voor nodig.

De rechtbank:

in het incident

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt Devianti Holding c.s. in de proceskosten van PPT Beheer, die worden begroot op nihil;

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak op de rol komt van 4 september 2024 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.

3349 / 3455

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling in het incident
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/677525 / HA ZA 24-328

Vonnis in incident van 21 augustus 2024

in de zaak van

PPT BEHEER B.V.,

vestigingsplaats: Hoornaar,

eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.N. Mense te Haarlem,

tegen

1 DEVIANTI HOLDING B.V.,

vestigingsplaats: Dordrecht,

2. [persoon A],

woonplaats: Dordrecht,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. S.W. van Zijll te Rotterdam.

Partijen worden hierna PPT Beheer, Devianti Holding en [persoon A] genoemd. Devianti Holding en [persoon A] worden hierna samen Devianti Holding c.s. genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 15 maart 2024, met bijlagen E1 tot en met E6;
  • de conclusie van antwoord tevens houdende (voorwaardelijke) eis in reconventie tevens houdende voegingsincident, met bijlagen 1 tot en met 15;
  • het antwoord in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Devianti Holding c.s. stellen het volgende in het incident. Op 3 juni 2024 heeft Devianti Holding een dagvaarding uitgebracht tegen Airofiller Equipment Solutions B.V. Die dagvaarding is tegen 12 juni 2024 aangebracht bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. In die dagvaarding heeft Devianti Holding gevorderd dat de zaak – vanwege verknochtheid met de hoofdzaak van PPT Beheer tegen Devianti Holding c.s. – wordt verwezen naar de Rechtbank Rotterdam. In het kader hiervan wordt de Rechtbank Rotterdam in het onderhavige voegingsincident verzocht om de hoofdzaak en de vanuit de Rechtbank Zeeland-West-Brabant verwezen zaak te voegen, althans op de rol te voegen. PPT Beheer refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.2.

De rechtbank wijst de incidentele vordering tot voeging af. De zaak die Devianti Holding bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant tegen Airofiller Equipment Solutions B.V. aanhangig heeft gemaakt, is namelijk (nog) niet naar de Rechtbank Rotterdam verwezen. Die zaak en de hoofdzaak kunnen daarom (nog) niet worden gevoegd. Voeging van zaken kan alleen in het geval dat zaken voor dezelfde rechter aanhangig zijn (artikel 222 lid 1 Rv).

2.3.

De rechtbank merkt ten overvloede nog het volgende op. Als de Rechtbank Zeeland-West-Brabant overgaat tot verwijzing naar de Rechtbank Rotterdam van de zaak die Devianti Holding bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant tegen Airofiller Equipment Solutions B.V. aanhangig heeft gemaakt, dan leidt die verwijzing van rechtswege tot voeging van die zaak met de hoofdzaak. Daar is dus geen afzonderlijke (incidentele of ambtshalve) beslissing voor nodig.

2.4.

Devianti Holding c.s. worden in het incident in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van PPT Beheer in het incident betalen. Die proceskosten worden begroot op nihil, omdat PPT Beheer zich in haar antwoord in het incident – van twee alinea’s tekst – aan het oordeel van de rechtbank heeft gerefereerd.

3 De beslissing

De rechtbank:

in het incident

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt Devianti Holding c.s. in de proceskosten van PPT Beheer, die worden begroot op nihil;

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak op de rol komt van 4 september 2024 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.

3349 / 3455

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.