Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 21 juni 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:5647Zaaknummer 10917021 CV EXPL 24-2982

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21 juni 2024
Publicatiedatum
25 juni 2024
Zaaknummer
10917021 CV EXPL 24-2982
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vorderingen toegewezen. Omdat gedaagde een deelbetaling heeft gedaan na de dagvaarding wordt dit in mindering gebracht op de hoofdsom, BIK, wettelijke rente en een deel van de proceskosten. Het resterende deel van de proceskosten moet gedaagde nog betalen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 339,40;

3.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.

53954

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10917021 CV EXPL 24-2982

datum uitspraak: 21 juni 2024

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

vestigingsplaats: [vestigingsplaats],

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde],

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 22 januari 2024, met bijlagen;
  • het schriftelijk antwoord;
  • het aanvullend antwoord;
  • de repliek met een eisvermindering, met bijlagen;
  • de dupliek.

2 De beoordeling

2.1.

[gedaagde] heeft bij [eiseres] een zorgverzekering afgesloten. [eiseres] is deze rechtszaak begonnen omdat [gedaagde] de premie voor juni 2022 en januari 2023 niet op tijd had betaald. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] die premie nog moest betalen. Tijdens de procedure heeft [gedaagde] de premie alsnog betaald.

2.2.

[gedaagde] moet op grond van de wet ook incassokosten en rente betalen, omdat zij de premie niet op tijd heeft betaald. [gedaagde] moet tot slot ook de proceskosten betalen, want toen [eiseres] deze rechtszaak begon stond er nog een bedrag open. De conclusie is dat [gedaagde] nog € 339,40 moet betalen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarop dit bedrag is gebaseerd.

2.3.

[gedaagde] moest € 306,00 aan premie betalen, € 50,53 aan incassokosten en € 13,33 aan rente. [gedaagde] heeft in totaal € 397,84 betaald. [gedaagde] heeft dus € 27,98 te veel betaald.

2.4.

De kantonrechter begroot de proceskosten aan de kant van [eiseres] op € 367,38. Dit bedrag bestaat uit € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Van dit bedrag gaat nog € 27,98 af, zodat er € 339,40 over blijft. Hier kan nog wel een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

2.5.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 339,40;

3.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.

53954

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.