Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Rotterdam, 3 april 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:2690Zaaknummer ROT 24/2326

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
3 april 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
ROT 24/2326
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo - pkv na intrekking - CBR heeft voorafgaand aan zitting laten weten dat het bezwaar gegrond is verklaard - tegemoetkomen

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt het CBR tot betaling van € 875,- aan verzoeker;

- bepaalt dat het CBR het griffierecht van € 187,- aan verzoeker moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J. Bijleveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 april 2024.

De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/2326

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2024 in de zaak tussen

[naam verzoeker], uit [plaats], verzoeker,

(gemachtigde: mr. B. Tijsterman),

en

de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR.

Inleiding

1. Met het besluit van 11 oktober 2023 heeft het CBR verzoekers rijbewijs ongeldig verklaard vanaf 18 oktober 2023. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. Met het besluit van 18 maart 2024 heeft het CBR het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard.

3. Verzoeker heeft vervolgens het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek om het CBR te veroordelen in de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft het CBR in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het CBR heeft de rechtbank meegedeeld dat het zich conformeert aan de uitspraak van de voorzieningenrechter.

4. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_4799309c-e4fe-462b-ba24-0262fc6aeec0]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

6. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_28a2d9cd-ee83-4b41-89a6-66fd1c59678e]

Is het CBR aan het verzoek tegemoetgekomen?

7. Het CBR is met het besluit van 18 maart 2024 aan verzoeker tegemoetgekomen.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het CBR in de proceskosten te veroordelen toe.

Welke kosten dient het CBR te vergoeden?

8. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 875,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het CBR moet vergoeden € 875,- bedragen. Daarnaast dient het CBR het griffierecht van € 187,- aan verzoeker te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt het CBR tot betaling van € 875,- aan verzoeker;

- bepaalt dat het CBR het griffierecht van € 187,- aan verzoeker moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J. Bijleveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 april 2024.

De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.