Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Rotterdam, 24 december 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:13031Zaaknummer ROT 23/4353

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24 december 2024
Publicatiedatum
7 januari 2025
Zaaknummer
ROT 23/4353
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

SV. Herhaalde aanvraag Wajonguitkering afgewezen. Tijdens het beroep is met een gewijzigde beslissing op bezwaar aan verzoeker alsnog een Wajonguitkering toegekend. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht het UWV te veroordelen in de gemaakte proceskosten.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.187,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], uit [plaatsnaam], verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/4353

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaatsnaam], verzoeker

(gemachtigde: mr. M. Berkel),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [naam 1]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten.

1.1.

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het UWV van 7 juni 2023. In dat besluit heeft het UWV beslist op een herhaalde aanvraag van verzoeker en bepaald dat verzoeker geen recht heeft op een Wajonguitkering.

1.2.

Op 8 april 2024 heeft verzoeker een aanvullend beroepschrift ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, bijgestaan door zijn ouders, verzoekers gemachtigde en de gemachtigde van het UWV.

1.4.

De rechtbank heeft het onderzoek na de zitting geschorst teneinde het UWV in de gelegenheid te stellen te reageren op het aanvullend beroepschrift van 8 april 2024. Het UWV heeft hierop gereageerd op 7 juni 2024. Daarop heeft verzoeker gereageerd op 28 juni 2024.

1.5.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voortgezet op 25 september 2024. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde en namens het UWV [naam 2].

1.6.

De rechtbank heeft het onderzoek na de zitting geschorst teneinde het UWV in de gelegenheid te stellen te onderzoeken of verzoeker in aanmerking kan worden gebracht voor een Wajong-uitkering.

1.7.

Op 2 oktober 2024 heeft het UWV de beslissing op bezwaar gewijzigd en daarin bepaald dat verzoeker vanaf 1 januari 2025 recht heeft op een Wajong-uitkering. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. Op 9 december 2024 heeft het UWV gereageerd op het verzoek.

1.8.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_4a6a4181-b2f4-4ebd-825d-b3002d384bc0]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_cbcfacee-b4ed-4402-8b1c-ed68de654360]

Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Dat is het geval, omdat het UWV met de beslissing op bezwaar van 2 oktober 2024 is tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.

Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een forfaitaire vergoeding per proceshandeling (punt). In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift (1 punt) ingediend, heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen (1 punt) en heeft deelgenomen aan een nadere zitting anders dan na een tussenuitspraak (0,5 punt). De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.187,50.

Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.[_64d762ab-25a6-4361-9e43-e8027764354d]Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.187,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.