Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Rotterdam, 29 november 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:12780Zaaknummer AWB - 24 _ 7816
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 29 november 2024
- Publicatiedatum
- 19 december 2024
- Zaaknummer
- AWB - 24 _ 7816
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Opleggen maatregel. Eiser heeft aangegeven in het geheel geen vrijwilligerswerk te willen doen. Maatregelwaardig gedrag.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Motivering
1. In deze zaak gaat het om de vraag of het college terecht eisers bijstandsuitkering voor de duur van één maand bij wijze van maatregel heeft verlaagd met 30%, om de reden dat eiser niet heeft voldaan aan zijn verplichting om gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Participatiewet).
2. De rechtbank onderschrijft het standpunt van het college dat de maatregel terecht en op goede gronden is opgelegd. Hoewel uit het medisch onderzoek volgt dat eiser 16-24 uur per week belastbaar is, heeft de activeringscoach gezocht naar een instantie die vrijwilligerswerk aanbiedt voor vier uur per week, nu eiser aanvankelijk had aangegeven tweemaal twee uur per week inzetbaar te zijn. Het college heeft daarmee voldoende rekening gehouden met de omstandigheden van eiser. Eiser heeft vervolgens echter herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij in het geheel geen vrijwilligerswerk wil doen. Gelet op die weigering is het begrijpelijk dat het college het traject niet nader concreet heeft ingevuld en met eiser heeft besproken. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het medisch onderzoek niet klopt, hoewel het college hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld. Het college heeft eisers weigering daarom als maatregelwaardig gedrag mogen kwalificeren. Hoewel een maatregel volgens de Verordening maatregelen en handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel is bekendgemaakt, is het naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs niet ontoelaatbaar dat het college de maatregel een maand later heeft toegepast.
3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024 door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/7816
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
29 november 2024 in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. G. Grijs),
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. I. Plaisier).
Zitting
De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Motivering
1. In deze zaak gaat het om de vraag of het college terecht eisers bijstandsuitkering voor de duur van één maand bij wijze van maatregel heeft verlaagd met 30%, om de reden dat eiser niet heeft voldaan aan zijn verplichting om gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Participatiewet).
2. De rechtbank onderschrijft het standpunt van het college dat de maatregel terecht en op goede gronden is opgelegd. Hoewel uit het medisch onderzoek volgt dat eiser 16-24 uur per week belastbaar is, heeft de activeringscoach gezocht naar een instantie die vrijwilligerswerk aanbiedt voor vier uur per week, nu eiser aanvankelijk had aangegeven tweemaal twee uur per week inzetbaar te zijn. Het college heeft daarmee voldoende rekening gehouden met de omstandigheden van eiser. Eiser heeft vervolgens echter herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij in het geheel geen vrijwilligerswerk wil doen. Gelet op die weigering is het begrijpelijk dat het college het traject niet nader concreet heeft ingevuld en met eiser heeft besproken. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het medisch onderzoek niet klopt, hoewel het college hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld. Het college heeft eisers weigering daarom als maatregelwaardig gedrag mogen kwalificeren. Hoewel een maatregel volgens de Verordening maatregelen en handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel is bekendgemaakt, is het naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs niet ontoelaatbaar dat het college de maatregel een maand later heeft toegepast.
3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024 door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.