Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 12 december 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:12660Zaaknummer C/10/687957 / KG ZA 24-1002

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12 december 2024
Publicatiedatum
30 december 2024
Zaaknummer
C/10/687957 / KG ZA 24-1002
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot verwijdering van goederen. Gedeeltelijke toewijzing. Het is onduidelijk op welke grond gedaagde sub 2 persoonlijk kan worden veroordeeld om de goederen uit de loods van eiseres te verwijderen. Gedaagde sub 1 wordt wel veroordeeld om de goederen uit de loods van eiseres te verwijderen, omdat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de betreffende goederen tijdelijk voor gedaagde sub 1 heeft opgeslagen in haar loods. Dwangsom en vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegewezen.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde 1] om de bij [eiseres] op locatie [adres] ( [postcode]) in Leusden opgeslagen goederen van [gedaagde 1], zoals beschreven in randnummer 13 van de dagvaarding en te zien op de foto die als bijlage 4 bij de dagvaarding is gevoegd, binnen veertien dagen na vandaag te verwijderen en verwijderd te houden;

4.2.

veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 100,00 per dag dat zij het in overweging 4.1. geformuleerde verbod niet op tijd nakomt, met dien verstande dat [gedaagde 1] maximaal € 2.500,00 aan dwangsommen kan verbeuren;

4.3.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde 2] van € 320,00;

4.4.

veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van [eiseres] van € 1.696,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde 1] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

4.5.

veroordeelt [gedaagde 1] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.7.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.

3349 / 1582

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [naam bedrijf] , tevens handelend onder de naam
  2. 1 Waar gaat de zaak over?
  3. 2 De procedure
  4. 3 De beoordeling
  5. [gedaagde 1] c.s. konden geen tegenvordering instellen
  6. 4 De beslissing

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/687957 / KG ZA 24-1002

Vonnis in kort geding van 12 december 2024

in de zaak van

[eiseres],

statutaire vestigingsplaats: Kinderdijk,

eiseres,

advocaten mrs. M.E.J. van Bunge en A. Snelders te Rotterdam,

tegen

1 [naam bedrijf] , tevens handelend onder de naam

[gedaagde 1],

statutaire vestigingsplaats: Rotterdam,

gedaagde sub 1,

vertegenwoordigd door gedaagde sub 2,

en

2 [gedaagde 2],

woonplaats: Zwijndrecht,

gedaagde,

die zelf is verschenen.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’, ‘ [gedaagde 1] ’ en ‘ [gedaagde 2] ’ genoemd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hierna samen ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd.

1 Waar gaat de zaak over?

1.1.

[eiseres] en [gedaagde 1] hebben in de periode van eind oktober 2023 tot en met eind april 2024 samengewerkt. [gedaagde 2] is bestuurder van [gedaagde 1]. Volgens [eiseres] is zij tijdens de samenwerking bereid geweest om tijdelijk een aantal goederen van [gedaagde 1] c.s. in haar loods op te slaan, maar hebben [gedaagde 1] c.s. die goederen – ondanks dat dit mondeling is afgesproken en ondanks dat [eiseres] hier meerdere keren om heeft gevraagd – nooit meer opgehaald. In deze zaak vordert [eiseres] daarom, na vermindering van haar eis, dat [gedaagde 1] c.s. worden veroordeeld om de goederen (onder druk van een dwangsom) uit de loods van [eiseres] te verwijderen en om € 925,00 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten te betalen. [gedaagde 1] c.s. zijn het hier niet mee eens. Volgens [gedaagde 1] c.s. heeft [eiseres] de goederen voor een klein prijsje van haar overgenomen en zijn de spullen daarom in de loods van [eiseres] gezet. De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde 1] om de goederen (onder druk van een dwangsom) binnen veertien dagen na vandaag uit de loods van [eiseres] te verwijderen en veroordeelt [gedaagde 1] om € 925,00 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten te betalen. Dit wordt hierna uitgelegd.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 20 november 2024, met bijlagen 1 tot en met 20;
  • de akte houdende aanvullende productie van [eiseres], met bijlage 21;
  • de mondelinge behandeling op 28 november 2024;
  • het schriftelijke verweer van [gedaagde 1] c.s., dat tijdens de mondelinge behandeling door [gedaagde 2] is voorgedragen;
  • de pleitaantekeningen van mr. Snelders;
  • de schriftelijke eisvermindering van [eiseres], die tijdens de mondelinge behandeling is overhandigd.

3 De beoordeling

[gedaagde 1] c.s. konden geen tegenvordering instellen

3.1.

Uit het schriftelijke verweer van [gedaagde 1] c.s. volgt dat zij in deze zaak tegenvorderingen willen instellen. Voor het instellen van tegenvorderingen in een kort geding bij de voorzieningenrechter is evenwel bijstand van een advocaat vereist en [gedaagde 1] c.s. procederen in deze zaak zonder bijstand van een advocaat. Daardoor is het voor hen niet mogelijk om in deze zaak tegenvorderingen in te stellen. De voorzieningenrechter laat de tegenvorderingen van [gedaagde 1] c.s. daarom buiten beschouwing.

Het spoedeisend belang

3.2.

Het spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vorderingen vloeit voort uit haar – door [gedaagde 1] c.s. onweersproken gelaten – stelling dat zij in haar bedrijfsvoering wordt belemmerd doordat de goederen in haar loods staan.

De vordering van [eiseres] wordt toegewezen tegenover [gedaagde 1] en afgewezen tegenover [gedaagde 2]

3.3.

De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen de partijen niet in geschil is dat de goederen waar het in deze zaak over gaat, komen uit een winkel die [gedaagde 1] in Goes exploiteerde. De factuur die voor de beweerdelijke verkoop van de goederen aan [eiseres] is verstuurd, is ook afkomstig van [gedaagde 1]. Er is door [eiseres] niets gesteld op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat de goederen (ook) aan [gedaagde 2] persoonlijk toebehoren. Het is de voorzieningenrechter daardoor onduidelijk op welke grond [gedaagde 2] persoonlijk kan worden veroordeeld om de goederen uit de loods van [eiseres] te verwijderen. Gelet hierop wordt deze vordering van [eiseres] tegenover [gedaagde 2] afgewezen.

3.4.

De vordering van [eiseres] tegen [gedaagde 1] wordt wel toegewezen. [eiseres] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de betreffende goederen tijdelijk voor [gedaagde 1] heeft opgeslagen in haar loods. [eiseres] heeft ter onderbouwing hiervan onder meer gewezen op de reactie van [gedaagde 2] op schriftelijke verzoeken van [eiseres] aan hem om de betreffende spullen te komen ophalen. Uit deze reacties kan worden opgemaakt dat [gedaagde 2] toezegt de spullen te zullen (laten) ophalen (zie een WhatsApp-bericht van 25 april 2024 en een e-mail van 27 juni 2024, bijlagen 3 en 5 van [eiseres] ). Als [gedaagde 1], zoals zij aanvoert als verweer, de goederen aan [eiseres] had verkocht en de goederen daarom in de loods van [eiseres] stonden, lag het op de weg van [gedaagde 1] om dat verweer te onderbouwen en ook uit te leggen waarom zij desondanks genoemde berichten aan [eiseres] heeft gestuurd. Dat heeft [gedaagde 1] niet gedaan. De enkele verwijzing naar een door haar kort na deze berichten aan [eiseres] verzonden factuur voor betaling van deze goederen is in dat verband onvoldoende. Het verweer van [gedaagde 1] wordt dan ook verworpen.

3.5.

[gedaagde 1] wordt veroordeeld om de goederen die beschreven staan in randnummer 13 van de dagvaarding en die te zien zijn op de foto die als bijlage 4 bij de dagvaarding is gevoegd uit het magazijn van [eiseres] te verwijderen. [gedaagde 1] krijgt daarvoor een termijn van veertien dagen na vandaag.

Dwangsom

3.6.

[eiseres] heeft [gedaagde 1] meerdere keren zonder resultaat gesommeerd om de goederen uit haar loods te verwijderen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om, zoals gevorderd, een dwangsom op te leggen voor het geval dat [gedaagde 1] nu nog steeds niet op tijd overgaat tot het verwijderen van de goederen uit de loods van [eiseres]. Die dwangsom wordt gesteld op € 100,00 per dag met een maximum van € 2.500,00 euro.

Vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten

3.7.

[eiseres] heeft [gedaagde 1] meerdere keren schriftelijk gesommeerd om de goederen uit haar loods te verwijderen. Om die reden is [gedaagde 1] de door [eiseres] gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 925,00 verschuldigd. Die vergoeding wordt dan ook toegewezen.

De proceskosten

3.8.

[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde 2] betalen, omdat de vorderingen van [eiseres] tegen [gedaagde 2] worden afgewezen en [eiseres] daarom in hun onderlinge verhouding de in het ongelijk gestelde partij is. De proceskosten van [gedaagde 2] worden begroot op € 320,00 aan griffierecht.

3.9.

[gedaagde 1] moet de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiseres] betalen, omdat de vorderingen van [eiseres] tegen [gedaagde 1] worden toegewezen en [gedaagde 1] daarom in hun onderlinge verhouding de in het ongelijk gestelde partij is. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 115,74

- griffierecht € 688,00

- salaris advocaat € 715,00 (tarief eenvoudige zaak)

- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.696,74

3.10.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

3.11.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde 1] om de bij [eiseres] op locatie [adres] ( [postcode]) in Leusden opgeslagen goederen van [gedaagde 1], zoals beschreven in randnummer 13 van de dagvaarding en te zien op de foto die als bijlage 4 bij de dagvaarding is gevoegd, binnen veertien dagen na vandaag te verwijderen en verwijderd te houden;

4.2.

veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 100,00 per dag dat zij het in overweging 4.1. geformuleerde verbod niet op tijd nakomt, met dien verstande dat [gedaagde 1] maximaal € 2.500,00 aan dwangsommen kan verbeuren;

4.3.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde 2] van € 320,00;

4.4.

veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van [eiseres] van € 1.696,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde 1] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

4.5.

veroordeelt [gedaagde 1] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.7.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.

3349 / 1582

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.