Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Rotterdam, 22 november 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:11699Zaaknummer C/10/689267 / HA RK 24-1063
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 22 november 2024
- Publicatiedatum
- 2 december 2024
- Zaaknummer
- C/10/689267 / HA RK 24-1063
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is ingediend nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de hoofdzaak niet meer behandelde op het moment dat het wrakingsverzoek is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter.
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.C. Franken, voorzitter, mr. G.A. Bouter-Rijksen en mr. A. Verweij, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
zaak- en rekestnummer: C/10/689267 / HA RK 24-1063
Beslissing van 22 november 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. A.J.L.M. van der Wildt,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met zaakkenmerk 11323849 VV EXPL 24-469 (‘de hoofdzaak’). De hoofdzaak betreft een kort gedingprocedure tussen verzoeker als eisende partij en Stichting Maasstad als gedaagde partij. Het dossier van de hoofdzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 11 november 2024;
- de e-mail van 18 november 2024 van verzoeker, met aanvullende wrakingsgronden.
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
Wraking is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak heeft. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak door de betreffende rechter daarmee is geëindigd.
Op 8 november 2024 heeft in de hoofdzaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Aan het einde van die mondelinge behandeling heeft de rechter mondeling uitspraak gedaan. Die uitspraak houdt in dat de hoofdzaak naar het team Handel en Haven van deze rechtbank wordt verwezen. Deze uitspraak is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de hoofdzaak door de rechter (die deel uitmaakt van team Kanton) is geëindigd.
De wrakingskamer begrijpt uit het wrakingsverzoek dat verzoeker op 9 november 2024 al een wrakingsverzoek had ingediend. Daarmee is de wrakingskamer niet bekend. Het maakt overigens voor het oordeel van de wrakingskamer niet uit of het wrakingsverzoek op 9 november 2024 of op 11 november 2024 is ingediend, omdat het wrakingsverzoek hoe dan ook is ingediend nádat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de hoofdzaak niet meer behandelde op het moment dat het wrakingsverzoek is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker wordt op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank, niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek.
3 De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.C. Franken, voorzitter, mr. G.A. Bouter-Rijksen en mr. A. Verweij, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.