Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Rotterdam, 28 augustus 2023

ECLI:NL:RBROT:2023:9450Zaaknummer FT EA 23-691

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 augustus 2023
Publicatiedatum
11 oktober 2023
Zaaknummer
FT EA 23-691
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

afwijkende langere looptijd schuldsanering

De rechtbank:

- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster01],

geboren op [geboortedatum01] -1969, te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ),

wonende te [adres01], [postcode01] [woonplaats01];

- stelt de termijn van de regeling vast op 36 maanden, te rekenen vanaf 28 augustus 2023, waardoor deze termijn eindigt op 28 augustus 2026;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. F. Damsteegt

en tot bewindvoerder mr. W.P. Groenendijk,

gevestigd te Postbus 324,

3330 AH Zwijndrecht;

- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/37e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, rechter, en in aanwezigheid van

C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2023. [_4cb57895-48bd-498d-9976-4a2547016c6e]

De griffier is buiten staat

dit vonnis te ondertekenen

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

toepassing schuldsaneringsregeling

insolventienummer: [nummer01]

uitspraakdatum: 28 augustus 2023

[verzoekster01],

wonende te [adres01]

[postcode01] [woonplaats01],

verzoekster.

1 De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ter terechtzitting van 14 augustus 2023 zijn verschenen en gehoord:

  • verzoekster;
  • mevrouw [naam01], werkzaam bij de gemeente Nissewaard (hierna: schuldhulpverlening).

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Verzoekster dient daarnaast ten aanzien van haar schulden in de afgelopen drie jaar voorafgaand aan het verzoekschrift ‘te goeder trouw’ zijn geweest. De rechtbank kan bij deze voorwaarde rekening houden met allerlei omstandigheden. De rechtbank kijkt bijvoorbeeld naar het soort schuld en naar de hoogte van de schuld. Daarnaast wordt gekeken naar het gedrag van verzoekster. Zo wordt gekeken of de schulden verwijtbaar door het eigen handelen van verzoekster zijn ontstaan en wat verzoekster heeft gedaan om haar schulden af te lossen.

De rechtbank stelt vast dat er in 2020 een minnelijk traject is afgerond. Verzoekster heeft vervolgens in een korte tijd – na afronding van het minnelijk traject - opnieuw schulden laten ontstaan. Waaronder – opnieuw – een schuld aan de verhuurder. Dat in zo korte tijd weer zo’n hoge schuldenlast is voldaan is verwijtbaar. Het was aan verzoekster om, als zij niet zelf in staat was voor haar financiën zorg te dragen, tijdig hulp te zoeken, wat zij heeft nagelaten. Daardoor zijn de schulden weer fors opgelopen. Het is voor schuldeisers moeilijk te aanvaarden dat binnen zo’n korte tijd opnieuw fors moet worden afgeschreven op vorderingen, terwijl het aan verzoekster was om hier wat aan te doen.

Daar staat tegenover dat verzoekster graag van haar schulden af wil en gemotiveerd is om aan haar schulden te werken, en ook in de toekomst te voorkomen dat zij opnieuw in de problemen komt. Verzoekster is bezig om haar situatie te veranderen en heeft positieve ontwikkelingen in gang gezet. Met ingang van 18 augustus 2023 is er sprake van beschermingsbewind. Beschermingsbewind waarborgt de betaling van de vaste lasten en het voorkomen van nieuwe schulden. Daarnaast zal verzoekster een BBL-opleiding gaan volgen. Door het volgen van deze opleiding vergroot verzoekster haar kansen op de arbeidsmarkt. Hierdoor zullen haar inkomsten naar alle waarschijnlijkheid toenemen. Dit komt de schuldeisers ten goede. De rechtbank ziet dan ook aanleiding voor toepassing van de zogenaamde hardheidsclausule.

Over de duur van de regeling wordt het volgende overwogen. Zoals hiervoor aan de orde kwam zal verzoekster in september 2023 starten met een BBL-opleiding. Verzoekster zal

24 uur per week gaan werken en één dag per week naar school gaan. Het volgen van een opleiding gaat in beginsel niet samen met de schuldsaneringsregeling, vanwege de inspanningsverplichting. Verzoekster heeft er, zoals ter zitting namens haar is toegelicht, evenwel belang bij om nu te worden toegelaten. Toelating tot de schuldsaneringsregeling levert verzoekster rust en stabiliteit op en daar is grote behoefte aan. Met verzoekster is om die reden ter zitting besproken dat zij voor langere tijd zal worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, zodat zij enerzijds nu de rust vindt in een schuldsaneringstraject en anderzijds de schuldeisers profiteren van – hopelijk – hogere inkomsten na afronding van de opleiding. Gelet op de verwachte duur van de opleiding en de periode waarin verzoekster dus niet aan haar inspanningsverplichting kan voldoen, zal de rechtbank de duur van de regeling bepalen op drie jaar (zie artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet). Verzoekster heeft ter zitting met deze verlengde duur van de regeling ingestemd.

Bevoegdheid rechtbank

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

3 De beslissing

De rechtbank:

- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster01],

geboren op [geboortedatum01] -1969, te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ),

wonende te [adres01], [postcode01] [woonplaats01];

- stelt de termijn van de regeling vast op 36 maanden, te rekenen vanaf 28 augustus 2023, waardoor deze termijn eindigt op 28 augustus 2026;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. F. Damsteegt

en tot bewindvoerder mr. W.P. Groenendijk,

gevestigd te Postbus 324,

3330 AH Zwijndrecht;

- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/37e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, rechter, en in aanwezigheid van

C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2023. [_4cb57895-48bd-498d-9976-4a2547016c6e]

De griffier is buiten staat

dit vonnis te ondertekenen

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.