Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Rotterdam, 6 februari 2023

ECLI:NL:RBROT:2023:2139Zaaknummer 10.331298.21

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
6 februari 2023
Publicatiedatum
15 maart 2023
Zaaknummer
10.331298.21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen.

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Zwaneveld, voorzitter, en mrs. I. Bouter en J.J. Klomp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Sinon, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter, jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 19 oktober 2019 te Veen en/of Zwijndrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een voorwerp: een auto van het merk/type Audi RS (kenteken [kenteken01] ), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, en/of daarvan gebruik van heeft gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk, middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;

(Artikel art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Onderzoek op de terechtzitting
  2. 2. Tenlastelegging
  3. 3. Eis officier van justitie
  4. 4. Waardering van het bewijs
  5. 5. Bijlage
  6. 6. Beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer 10.331298.21

Datum uitspraak 6 februari 2023

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte01],

geboren in [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres01] [postcode01] [plaats01],

raadsman mr. T. Sönmez, advocaat in Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 januari 2023.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R. Nanhkoesingh heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Zwaneveld, voorzitter, en mrs. I. Bouter en J.J. Klomp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Sinon, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter, jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 19 oktober 2019 te Veen en/of Zwijndrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een voorwerp: een auto van het merk/type Audi RS (kenteken [kenteken01] ), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, en/of daarvan gebruik van heeft gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk, middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;

(Artikel art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.