Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Rotterdam, 28 december 2023

ECLI:NL:RBROT:2023:12732Zaaknummer ROT 23/1764

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 december 2023
Publicatiedatum
29 januari 2024
Zaaknummer
ROT 23/1764
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wet WOZ; niet-ontvankelijk; beschikking en aanslag door de heffingsambtenaar op naam gesteld van de vorige eigenaar; eiser heeft geen procesbelang.

de uitspraak te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/1764

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 december 2023 in de zaak tussen

[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser,

(gemachtigde: mr. A. Bakker),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam

(gemachtigde: [naam 1]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 31 januari 2023.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 330.000,- (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan [naam 2] de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser gegrond verklaard. Daarbij heeft de heffingsambtenaar de beschikking en de aanslag vernietigd.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2023 op zitting behandeld. De gemachtigde van de heffingsambtenaar is verschenen, vergezeld van [naam 3], taxateur. Eiser is niet verschenen. De gemachtigde van eiser is met bericht van verhindering niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft de woning in december 2021 gekocht. De heffingsambtenaar heeft de beschikking en de aanslag per abuis op naam gesteld van de vorige eigenaar, [naam 2]. Met de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de beschikking en de aanslag daarom vernietigd. Op 27 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar een nieuwe WOZ-beschikking en aanslag in de onroerendezaakbelastingen op naam van eiser verstuurd.

3. De rechtbank stelt voorop dat deze procedure niet gaat over de nieuwe WOZ-beschikking en aanslag van 27 januari 2023. Dat is namelijk een nieuw besluit, waartegen eiser bezwaar had kunnen maken. In deze procedure gaat het alleen over de uitspraak op bezwaar van 31 januari 2023, waarbij de beschikking en aanslag op naam van de vorige eigenaar zijn vernietigd.

4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen procesbelang. De beschikking en aanslag zijn al vernietigd, zodat eiser met dit beroep niet meer kan bereiken dan hij in bezwaar heeft gekregen. Ten aanzien van de aanslag is eiser bovendien geen belanghebbende, omdat die was opgelegd aan [naam 2]. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank komt niet toe aan de inhoudelijke argumenten van eiser. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.D.F. Oskam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2023.

De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.