Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Rotterdam, 15 december 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:11814Zaaknummer 10030436 CV EXPL 22-23390
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 december 2023
- Publicatiedatum
- 8 januari 2024
- Zaaknummer
- 10030436 CV EXPL 22-23390
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat eiseres heeft bewezen dat de bankrekening waarmee telefoonspoofing is gepleegd op naam van gedaagde stond. Gedaagde wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
3 De beslissing
De kantonrechter:
laat [gedaagde01] toe tot het leveren van tegenbewijs van de voorshands bewezen geachte stelling dat de bankrekening met bankrekeningnummer [iban_nummer01] op 2 september 2021 op zijn naam stond;
bepaalt dat:
- [gedaagde01] op de rolzitting van dinsdag 16 januari 2024 om 11:30 uur bij de te nemen akte in de gelegenheid is om mede te delen of en, zo ja, op welke wijze hij het tegenbewijs wil leveren;
- en indien hij dit tegenbewijs schriftelijk wil leveren hij bij die gelegenheid de op het bewijsthema betrekking hebbende stukken direct in het geding moet brengen;
- en indien hij dit tegenbewijs wil leveren door het doen horen van getuigen hij bij akte opgave moet doen van het aantal en de personalia van de door hem voor te brengen getuigen en van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de maanden februari tot en met april 2024, zodat vervolgens een datum voor het getuigenverhoor kan worden bepaald;
wijst [gedaagde01] erop dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen tenminste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moeten worden aangezegd;
bepaalt dat [gedaagde01] te zijner tijd zelf zorg moet dragen voor behoorlijke oproeping van de eventueel voor te brengen getuigen;
bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 in Rotterdam ten overstaan van de hierna genoemde kantonrechter;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
38671
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10030436 CV EXPL 22-23390
datum uitspraak: 15 december 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01],
wonende te [woonplaats01],
eiser,
gemachtigde: [gemachtigde01], medewerkster van ARAG SE,
tegen
[gedaagde01],
wonende te [woonplaats02],
gedaagde,
gemachtigde: mr. R. Scheltes, advocaat te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de tussenvonnissen van 2 december 2022 en 28 juli 2023 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de akte uitlating van [eiser01], met bijlagen;
- de brief van 11 oktober 2023 van [gedaagde01], met een bijlage.
Op 14 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was [eiser01] aanwezig, bijgestaan door mevrouw [naam01] namens zijn gemachtigde. Verder was [gedaagde01] aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde.
2 De verdere beoordeling
Waar gaat de zaak over?
Het draait in deze zaak om de vraag of de bankrekening met bankrekeningnummer [iban_nummer01] op 2 september 2021 al dan niet op naam van [gedaagde01] stond. [eiser01] stelt namelijk dat op die datum met gebruikmaking van telefoonspoofing - onder meer - een bedrag van € 3.125,00 van zijn bankrekening is overgemaakt naar de bankrekening met het bankrekeningnummer [iban_nummer01] en dat die bankrekening destijds op naam van [gedaagde01] stond. In het tussenvonnis van 28 juli 2023 heeft de kantonrechter geschreven dat hij partijen tijdens een zitting over de zaak wil spreken. Daarbij heeft de kantonrechter direct een aantal vragen geformuleerd, waar hij op de zitting een antwoord op wilde krijgen.
De kantonrechter is voorshands van oordeel dat de bankrekening met bankrekeningnummer [iban_nummer01] op 2 september 2021 op naam van [gedaagde01] stond
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter - onder meer - vermeld dat hij van partijen wil weten of het mogelijk is dat een onbekende derde een bankrekening op naam van [gedaagde01] bij de KNAB Bank heeft geopend en die bankrekening vervolgens heeft gebruikt voor de telefoonspoofing van 2 september 2021. In reactie daarop heeft [eiser01] in zijn akte uitlating geschreven dat hij deze vraag aan de KNAB Bank heeft gesteld en die heeft hem het volgende medegedeeld:
“ Bij het openen van de rekening dient de klant zijn/haar ID-bewijs te overleggen, zodat daarvan een NFC-scan kan worden gemaakt. Tevens dient de klant een selfie te maken van zijn gezicht. Deze afbeeldingen worden dan naast elkaar gelegd en vergeleken. In de bijlage ziet u het resultaat daarvan. Daaruit kunt u concluderen dat het hier om dezelfde persoon gaat. Daarnaast moet de nieuwe klant ook een 1-cent identificatie-transactie uitvoeren vanaf de rekening die de klant reeds in zijn bezit heeft. Vervolgens wordt dan de tenaamstelling van deze rekening vergeleken met de tenaamstelling op het ID-bewijs van de klant. Ook deze check is akkoord bevonden (op rekeningnummer [iban_nummer02] t.n.v. [gedaagde01] ). Derhalve menen wij dat de rekening daadwerkelijk door dhr. [gedaagde01] is geopend ”.
Het is aan [eiser01] om de feiten waar hij zijn vordering op baseert te stellen en, bij voldoende gemotiveerde betwisting, te bewijzen. Daarom is het ook in beginsel aan [eiser01] om, gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde01], te bewijzen dat de bankrekening met bankrekeningnummer [iban_nummer01] op 2 september 2021 op naam van [gedaagde01] stond. De kantonrechter is echter gelet op de hierboven geciteerde e-mail van de KNAB Bank voorshands van oordeel dat [eiser01] dat inmiddels genoegzaam heeft bewezen. De kantonrechter heeft daarbij ook acht geslagen op de foto’s van de hierboven genoemde identificatie, die door de KNAB Bank aan [eiser01] zijn toegestuurd. Eén van die foto’s betreft een foto die - zo heeft [gedaagde01] tijdens de zitting verklaard - hetzelfde is als de foto op het ID-bewijs van [gedaagde01], al is de foto op het ID-bewijs van [gedaagde01] wel zwart-wit. De andere foto betreft een selfie van [gedaagde01], waarvan [gedaagde01] tijdens de zitting heeft gezegd dat hij degene is die op die foto staat afgebeeld.
[gedaagde01] wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs
[gedaagde01] wordt overeenkomstig zijn uitdrukkelijke aanbod toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. De kantonrechter verwijst de zaak daartoe naar de hierna genoemde rolzitting.
Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van de procedure aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter:
laat [gedaagde01] toe tot het leveren van tegenbewijs van de voorshands bewezen geachte stelling dat de bankrekening met bankrekeningnummer [iban_nummer01] op 2 september 2021 op zijn naam stond;
bepaalt dat:
- [gedaagde01] op de rolzitting van dinsdag 16 januari 2024 om 11:30 uur bij de te nemen akte in de gelegenheid is om mede te delen of en, zo ja, op welke wijze hij het tegenbewijs wil leveren;
- en indien hij dit tegenbewijs schriftelijk wil leveren hij bij die gelegenheid de op het bewijsthema betrekking hebbende stukken direct in het geding moet brengen;
- en indien hij dit tegenbewijs wil leveren door het doen horen van getuigen hij bij akte opgave moet doen van het aantal en de personalia van de door hem voor te brengen getuigen en van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de maanden februari tot en met april 2024, zodat vervolgens een datum voor het getuigenverhoor kan worden bepaald;
wijst [gedaagde01] erop dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen tenminste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moeten worden aangezegd;
bepaalt dat [gedaagde01] te zijner tijd zelf zorg moet dragen voor behoorlijke oproeping van de eventueel voor te brengen getuigen;
bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 in Rotterdam ten overstaan van de hierna genoemde kantonrechter;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
38671
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.