Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Rotterdam, 6 november 2023

ECLI:NL:RBROT:2023:11227Zaaknummer ROT 22/4119

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
15 december 2023
Zaaknummer
ROT 22/4119
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Eiseres krijgt haar griffierecht niet terug.

5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2023 door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr.J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier.

De griffier is verhinderd

te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit Rotterdam, eiseres
  2. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  3. Zitting
  4. Beslissing
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/4119

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Rotterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. J. Nieuwstraten),

en

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

(gemachtigde: mr. G.J.M. Naber en M. Boelens).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van verweerder van 14 juli 2022 op 6 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Beoordeling door de rechtbank

  • Anders dan in de verzetsuitspraak van deze rechtbank van 13 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:12118, is de rechtbank van oordeel dat ambtshalve de tijdigheid van het beroep moeten worden beoordeeld.
  • De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 9 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1500, waarin is geoordeeld dat de bestuursrechter niet langer ambtshalve de tijdigheid van een bezwaar beoordeelt, biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat ook de tijdigheid van beroep binnen de eigen instantie niet langer ambtshalve wordt beoordeeld. Dat geldt ook voor de uitspraken die in navolging van die uitspraak van de Raad zijn gedaan; de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1730, de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 12 oktober 2021, ECLI:NL:CBB:2021:931 en de uitspraak van de Hoge Raad van 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1153.
  • Niet in geschil is dat de termijn voor het instellen van beroep is overschreden. De rechtbank ziet in dat wat de gemachtigde van eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Eiseres krijgt haar griffierecht niet terug.

5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2023 door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr.J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier.

De griffier is verhinderd

te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.