Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Rotterdam, 6 oktober 2023

ECLI:NL:RBROT:2023:10580Zaaknummer FT EA 23-619 en FT EA 23-620

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23-619 en FT EA 23-620
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de looptijd van de Wsnp wordt gedeeltelijk toegewezen (voor 5 maanden).

De rechtbank:

- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

en

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum 2] 1972 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

- stelt de termijn van de regeling van verzoekers vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 6 april 2023, waardoor deze termijn eindigt op 6 november 2024;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen

en tot bewindvoerder L. Hordijk,

gevestigd te Postbus 68,

2650 AB Berkel en Rodenrijs;

- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/14e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van

mr. S.B.M. Caciano, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2023.[_0a2b1215-1618-425b-a60f-9f98cbf90b4a]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

toepassing schuldsaneringsregeling

insolventienummer: [nummer 1] + [nummer 2]

uitspraakdatum: 6 oktober 2023

[verzoeker],

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

verzoeker;

en

[verzoekster],

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

verzoekster.

1 De procedure

Verzoekers hebben een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Schuldhulpverlening heeft op 22 september 2023 nadere stukken overgelegd.

Ter zitting van 29 september 2023 zijn verschenen en gehoord:

  • de heer [verzoeker], verzoeker;
  • mevrouw [verzoekster], verzoekster;
  • de heer [persoon A], werkzaam bij Noordzij Bewindvoerders (hierna: schuldhulpverlening );
  • mevrouw S. Richards, werkzaam bij Noordzij Bewindvoerders (hierna: beschermingsbewindvoerder).

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekers verkeren in de toestand dat zij hebben opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zullen kunnen voortgaan met betaling van hun schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoekers zullen daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling

Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Door verzoekers is verzocht om de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast te stellen op 6 mei 2022 (datum eerste aflossing) dan wel 6 oktober 2022. De rechtbank ziet aanleiding om een eerdere ingangsdatum vast te stellen, maar wijkt daarbij af van de door verzoekers verzochte ingangsdatum. De rechtbank stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 6 april 2023 en licht dit als volgt toe. Op het recente saldo overzicht boedelactief is te zien hoeveel verzoekers vanaf datum eerste aflossing op 6 mei 2022 tot en met september 2023 (dus over een periode van zeventien maanden) hadden moeten reserveren voor de schuldeisers en hoeveel zij werkelijk hebben gereserveerd. Volgens het overzicht moesten verzoekers (indien er geen sprake was van beslag: beslag geldt in dit kader immers niet als een aflossing) een bedrag van € 50.428,24 op de boedelrekening hebben gespaard voor de schuldeisers. Gelet hierop komt de rechtbank op een bedrag van (€ 50.428,24 / 17 maanden) € 2.966,37 dat maandelijks gespaard had moeten worden voor de schuldeisers. Aangezien er thans een bedrag van € 17.455,67 is gereserveerd, zal de rechtbank de ingangsdatum van de regeling vaststellen op 6 april 2023, namelijk vijf maanden vóór de datum van deze uitspraak (€ 17.455,67 / € 2.966,37 = 5 (in hele maanden)).

Bevoegdheid rechtbank

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekers in Nederland ligt.

3 De beslissing

De rechtbank:

- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

en

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum 2] 1972 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

- stelt de termijn van de regeling van verzoekers vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 6 april 2023, waardoor deze termijn eindigt op 6 november 2024;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen

en tot bewindvoerder L. Hordijk,

gevestigd te Postbus 68,

2650 AB Berkel en Rodenrijs;

- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/14e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van

mr. S.B.M. Caciano, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2023.[_0a2b1215-1618-425b-a60f-9f98cbf90b4a]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.