Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 20 oktober 2022

ECLI:NL:RBROT:2022:8411Zaaknummer 10074509 CV EXPL 22-3400

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
10074509 CV EXPL 22-3400
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verstekvonnis; gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de vordering, daarom verstek verleend tegen gedaagde

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 1.023,14, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over € 997,75 vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de kant van eiseres tot vandaag vastgesteld op € 575,74;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. S. Wahedi en in het openbaar uitgesproken.

53956

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De procedure
  2. 2. De beoordeling
  3. 3. De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 10074509 CV EXPL 22-3400

datum uitspraak: 20 oktober 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter

in de zaak van

de onderlinge waarborgmaatschappij

[eiseres],

vestigingsplaats: [vestigingsplaats eiseres],

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[naam gedaagde],

woonplaats: [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die niet in de procedure is verschenen.

1. De procedure

Hoewel gedaagde op een behoorlijke wijze in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de vordering, heeft hij nagelaten dit te doen. Tegen gedaagde is daarom verstek verleend.

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 18 augustus 2022, met bijlagen.

2. De beoordeling

De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt daarom toegewezen.

Gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van eiseres tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 322,00 aan griffierecht en € 124,00 aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 575,74. Voor kosten die eiseres maakt na deze uitspraak moet gedaagde ook een bedrag betalen van € 62,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 1.023,14, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over € 997,75 vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de kant van eiseres tot vandaag vastgesteld op € 575,74;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. S. Wahedi en in het openbaar uitgesproken.

53956

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.