Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Rotterdam, 4 augustus 2022

ECLI:NL:RBROT:2022:6435Zaaknummer ROT 21/5699 V

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
4 augustus 2022
Publicatiedatum
11 augustus 2022
Zaaknummer
ROT 21/5699 V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opposant had geen bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Dat hij toen in redelijke gezondheid verkeerde, leidt niet tot twijfel over de buiten-zittinguitspraak. Bij een veranderde gezondheidssituatie kan worden verzocht om een herkeuring.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.

De rechter is verhinderd te tekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam opposant], te [woonplaats opposant], opposant.
  2. Inleiding
  3. De uitspraak van 1 april 2022 en het verzet van opposant
  4. Beoordeling door de verzetrechter
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 21/5699 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2022 op het verzet van

[naam opposant], te [woonplaats opposant], opposant.

Inleiding

Opposant heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) van 5 oktober 2021.

Bij uitspraak van 1 april 2022 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

De rechtbank heeft het verzet op 28 juli 2022 op zitting behandeld. Opposant heeft telefonisch deelgenomen aan de zitting.

De uitspraak van 1 april 2022 en het verzet van opposant

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht omdat opposant niet eerst bezwaar heeft gemaakt voordat hij beroep heeft ingesteld.

2. Opposant voert tegen deze uitspraak aan dat hij geen bezwaar kon maken omdat zijn fysieke en mentale gezondheid redelijk was toen het primaire besluit op 13 januari 2021 werd genomen. Momenteel is opposant fysiek en mentaal ziek en hij gebruikt meer medicijnen dan voorheen. Opposant heeft verder aangevoerd dat hij contact heeft gehad met verweerder en dat die heeft gezegd dat het maken van bezwaar niet nodig was.

Beoordeling door de verzetrechter

3. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposant bij de uitspraak van 1 april 2022 terecht zonder zitting is afgedaan, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

4. De verzetrechter overweegt het volgende. Op 13 januari 2021 heeft verweerder het primaire besluit genomen dat opposant volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. Hiertegen heeft de ex-werkgever van opposant bezwaar gemaakt waarna het besluit van 5 oktober 2021 volgde. Hierin staat dat het bezwaar van de ex-werkgever ongegrond is en dat opposant nog steeds volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is.

Wat door opposant in deze verzetprocedure is aangevoerd leidt niet tot twijfel over de buiten-zittinguitspraak van 1 april 2022. Dat opposant op het moment dat hij bezwaar kon indienen tegen het primaire besluit in redelijke gezondheid verkeerde, zodat er op dat moment – zo begrijpt de rechtbank – voor hem geen reden bestond om een bezwaarschrift in te dienen, kan niet leiden tot een ander oordeel. Dat door verweerder zou zijn gezegd dat bezwaar maken niet nodig was, is door opposant niet met enig bewijsstuk onderbouwd. Ter zitting is opposant erop gewezen dat hij in het geval van een veranderde gezondheidssituatie bij verweerder om een herkeuring kan verzoeken.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.

De rechter is verhinderd te tekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.