Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Rotterdam, 14 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:2342Zaaknummer 21-2990
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 maart 2022
- Publicatiedatum
- 31 maart 2022
- Zaaknummer
- 21-2990
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
“De aanvraag van eiser voor een tijdelijke parkeervergunning voor zorgverleners is afgewezen. Verweerder heeft het bestreden besluit niet naar behoren gemotiveerd. Verweerder is uiteindelijk aan eiser tegemoet gekomen, waardoor eiser geen procesbelang meer heeft.”
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.C.W. van der Feltz, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Cras, griffier. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 14 maart 2022.
De rechter is verhinderd de uitspraak te
ondertekenen.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/2990
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2022 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [woonplaats eiser], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.
Procesverloop
In het besluit van 16 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een tijdelijke parkeervergunning voor zorgverleners afgewezen.
In het besluit van 10 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 31 januari 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder, die om medische redenen gevraagd had om telefonisch aan de zitting deel te nemen is er - door onopgehelderde technische problemen - niet in geslaagd aan de zitting deel te nemen.
Overwegingen
Op 16 december 2020 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een tijdelijke parkeervergunning voor zorgverleners.
Ter zitting heeft eiser verklaard dat aan hem in augustus 2021 alsnog een parkeervergunning voor zorgverleners is toegekend.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder - zij het in de beslissing op bezwaar op basis van een tweede verzoek - aan eiser tegemoet is gekomen, waardoor eiser geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Nu verweerder de beslissing waar het beroep zich tegen richt niet naar behoren heeft gemotiveerd en verweerder uiteindelijk aan eiser tegemoet is gekomen, dient verweerder het griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.C.W. van der Feltz, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Cras, griffier. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 14 maart 2022.
De rechter is verhinderd de uitspraak te
ondertekenen.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.