Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Rotterdam, 16 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:1865Zaaknummer ROT 21/6119 en ROT 21/6120
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 maart 2022
- Publicatiedatum
- 17 maart 2022
- Zaaknummer
- ROT 21/6119 en ROT 21/6120
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandeling
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Veelprocedeerder. Vereenvoudigde afdoening. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 maart 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/6119 en ROT 21/6120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2022 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaken tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op twee aanvragen om openbaarmaking van informatie over de gemeentelijke zorgmarinier en de gemeentelijke jeugdzorgfinanciën.
Bij brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 heeft verweerder eiser onder verwijzing naar een onderlinge vaststellingsovereenkomst bericht dat niet inhoudelijk wordt ingaan op de aanvragen.
Eiser heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht. De griffier heeft vooralsnog afgezien van het heffen van griffierecht.
Overwegingen
1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 maart 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBROT:2025:121 Rechtbank Rotterdam, 2 januari 2025 (bestuursprocesrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2024:11383 Rechtbank Rotterdam, 15 november 2024 (bestuursprocesrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2022:11172 Rechtbank Rotterdam, 8 december 2022 (bestuursprocesrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2022:11173 Rechtbank Rotterdam, 8 december 2022 (bestuursprocesrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2022:10011 Rechtbank Rotterdam, 21 november 2022 (bestuursprocesrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.