Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:12301Zaaknummer C/10/637985 / KG RK 22-501
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 juni 2022
- Publicatiedatum
- 7 mei 2025
- Zaaknummer
- C/10/637985 / KG RK 22-501
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek verlof inroepen huurbeding (art. 3:264 BW).
5 De beslissing
De voorzieningenrechter,
verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, wonende aan de [adres];
veroordeelt [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoekster te stellen;
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] op 6 (zes) weken na betekening van deze beschikking en voor de onbekende huurders op 30 (dertig) dagen na betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2022.
1426/2009
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/637985 / KG RK 22-501
Beschikking van de voorzieningenrechter van 17 juni 2022
in de zaak van
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. W.L. Stolk te Rotterdam,
tegen
[verweerder], in diens hoedanigheid van de bewindvoerder in de WSNP van [naam],
kantoorhoudende te Purmerend,
verweerder,
niet verschenen,
alsmede
1 [belanghebbende 1],
2. [belanghebbende 2],
beiden wonende te Krimpen aan den IJssel,
belanghebbenden,
advocaat mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam,
3. [belanghebbende 3],
belanghebbenden,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift d.d. 9 mei 2022;
- de mondelinge behandeling d.d. 3 juni 2022.
Ter zitting zijn verschenen:
- mr. M.H. Janssen namens verzoekster;
- [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], belanghebbenden, met hun advocaat mr. A. Rhijnsburger.
Vervolgens is beschikking bepaald.
2 Het verzoek
Verzoekster heeft de executie aangezegd van de aan haar bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres]. In de hypotheekakte is een huur- en ontruimingsbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment kan verzoekster niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan onbekende huurders of onderhuurders. Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, wonende althans verblijvende aan de [adres], omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat.
Verzoekster verzoekt om een ontruimingstermijn van 2 weken of een door de voorzieningenrechter nader te bepalen termijn.
3 Het verweer
Mr. Rhijnsburger verklaart dat [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] samen met hun twee minderjarige kinderen, die in de buurt naar de basisschool gaan, in de woning wonen. Zij huren de woning van verweerder en wilden in de woning blijven wonen tot de zomer 2023. Zij hopen dan een nieuwe woning te kunnen betrekken. De huurovereenkomst is tot stand gekomen door tussenkomst van een makelaar. De makelaar heeft [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] niet op de hoogte gebracht van het in de hypotheekakte opgenomen huurbeding. Zij betalen € 1.350,- per maand.
Mr. Rhijnsburger verzoekt om een langere ontruimingstermijn. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] hebben tijd nodig om iets passend te vinden. Het aanbod in Krimpen aan den IJssel is gering. Ze willen graag in Krimpen aan den IJssel blijven wonen, omdat hun kinderen daar naar school gaan en vanwege de in de zomer van 2023 verwachte nieuwe woning.
4 De beoordeling
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.
De termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW wordt gesteld op 30 (dertig) dagen.
De voorzieningenrechter zal, gezien de situatie van belanghebbenden en gelet op de datum van de geplande veiling, de termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW, voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bepalen op 6 (zes) weken. Voor de onbekende huurders zal de termijn worden bepaald op 30 (dertig) dagen.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter,
verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, wonende aan de [adres];
veroordeelt [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoekster te stellen;
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] op 6 (zes) weken na betekening van deze beschikking en voor de onbekende huurders op 30 (dertig) dagen na betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2022.
1426/2009
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.