Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 1 maart 2022

ECLI:NL:RBROT:2022:12204Zaaknummer C/10/632311 FT HO 22/31

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
1 maart 2022
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
C/10/632311 FT HO 22/31
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WHOA-zaak. Vaststellen budget observator

De rechtbank:

- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de observator mogen kosten vast op € 10.000,-, te vermeerderen met € 400,- kantoorkosten (exclusief btw);

- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van [vestigingsplaats] komen, en dat [vestigingsplaats] voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen.

Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en

mr. J.H. Steverink, rechters, en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2022.

De griffier is buiten staat deze

beslissing mede te ondertekenen

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer

Vaststellen budget observator

rekestnummer: 632311 FT HO 22/31

uitspraakdatum: 1 maart 2022

beschikking in de openbare akkoordprocedure van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster]

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

verzoekster,

advocaat: mr. B. Besseling,

hierna: [vestigingsplaats].

1 De procedure

1.1.

[vestigingsplaats] heeft op 11 januari 2022 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd.

1.2.

In de openingsbeslissing van 7 februari 2022 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een openbare procedure vastgesteld, is een afkoelingsperiode gelast en is mr. R. le Grand aangewezen als observator.

1.3.

In de beschikking is de vaststelling van het budget van de observator en de door hem te raadplegen derden aangehouden.

1.4.

Bij brief van 18 februari 2022 heeft de observator een begroting van zijn kosten gegeven. De observator heeft daarbij vermeld dat hij de begroting aan [vestigingsplaats] heeft voorgelegd en dat zij daar geen opmerkingen bij had.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank dient op grond van artikel 380 lid 4 Fw juncto artikel 371 lid 10 Fw het bedrag vast te stellen dat de werkzaamheden van de observator ten hoogste mogen kosten. De door de observator ingediende begroting voor de werkzaamheden komt de rechtbank, mede in het licht van het voorgestelde plan van aanpak, niet onredelijk voor. De rechtbank zal het budget dienovereenkomstig vaststellen.

3 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de observator mogen kosten vast op € 10.000,-, te vermeerderen met € 400,- kantoorkosten (exclusief btw);

- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van [vestigingsplaats] komen, en dat [vestigingsplaats] voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen.

Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en

mr. J.H. Steverink, rechters, en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2022.

De griffier is buiten staat deze

beslissing mede te ondertekenen

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.