Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Rotterdam, 7 december 2022

ECLI:NL:RBROT:2022:10605Zaaknummer ROT 22/1924

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
12 december 2022
Zaaknummer
ROT 22/1924
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een voornemen tot intrekking van zijn standplaatsvergunning. Dit is geen Awb-besluit. Eisers bezwaren zijn door verweerder meegenomen als zienswijze

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2022.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. In het verzetschrift dient ook te worden aangegeven of een partij wenst te worden gehoord op een zitting. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam eiser], uit [woonplaats], eiser
  2. Inleiding
  3. Het beroep van eiser
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over verzet

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/1924

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2022 in de zaak tussen

[naam eiser], uit [woonplaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).

Inleiding

Op 28 januari 2022 heeft verweerder aan eiser een voornemen kenbaar gemaakt om zijn standplaatsvergunning (voor het verkopen van eten en drinken) aan de [straatnaam 1] (op de hoek met de [straatnaam 2]) in te trekken. De reden hiervoor is dat eiser zijn standplaats niet zou hebben ingenomen.

Op 24 maart 2022 heeft verweerder eisers standplaatsvergunning ingetrokken.

Met het bestreden besluit van 8 maart 2022 heeft verweerder eisers bezwaar tegen het voornemen niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.

Het beroep van eiser

1. In beroep voert eiser aan dat hij het niet eens is met de voorgenomen intrekking van zijn standplaatsvergunning.

Beoordeling door de rechtbank

2. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom.

3. Verweerder heeft in het bestreden besluit eisers bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar zich richtte tegen een voornemen en dat is geen besluit in de zin van de Awb. Er is geen aanleiding om eisers bezwaar tegen het voornemen door te sturen als een bezwaar gericht tegen het besluit van 24 maart 2022, nu verweerder in dat besluit eisers inhoudelijke bezwaren tegen het voornemen tot intrekking van de standplaatsvergunning heeft meegenomen als zienswijze bij de besluitvorming en daar dus al inhoudelijk op heeft gereageerd.

Conclusie en gevolgen

4. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat eisers beroep ongegrond is. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2022.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. In het verzetschrift dient ook te worden aangegeven of een partij wenst te worden gehoord op een zitting. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.