Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 9 april 2021

ECLI:NL:RBROT:2021:3922Zaaknummer 8749479 CV EXPL 20-31573

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
9 april 2021
Publicatiedatum
6 mei 2021
Zaaknummer
8749479 CV EXPL 20-31573
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis na bewijsopdracht, geen nadere bewijslevering.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Schuurman in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Marnie vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het verloop van de procedure
  2. 2. De verdere beoordeling
  3. 3. De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8749479 CV EXPL 20-31573

uitspraak: 9 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Schuurman Consumentenelektronica B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

eiseres,

gemachtigde: [naam 1],

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Marnie B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

vertegenwoordigd door: [naam 2].

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Schuurman’ en ‘Marnie’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

• het tussenvonnis van 12 februari 2021 en de daarin genoemde stukken;

• de akte van de zijde van Schuurman naar aanleiding van het tussenvonnis.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1

Tussen partijen is in geschil of Marnie een bedrag aan Schuurman verschuldigd is uit hoofde van een koopovereenkomst. Bij tussenvonnis van 12 februari 2021 is Schuurman in de gelegenheid gesteld om het bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat Marnie de bestellingen geplaatst en ontvangen heeft. Naar aanleiding van deze bewijsopdracht heeft Schuurman geen nader bewijs van haar stellingen geleverd. Zij heeft verklaard wegens bewijsnood af te zien van verdere bewijslevering. Het voorgaande betekent dat Schuurman niet in haar bewijsopdracht is geslaagd.

2.2

Niet in geschil is dat partijen met elkaar hebben afgesproken dat bestellingen in beginsel voorafgaand aan de levering giraal betaald worden door Marnie. Op basis van de door Schuurman overgelegde stukken is, mede gezien de gemotiveerde betwisting van Marnie, niet vast komen te staan dat Marnie de producten heeft besteld en ontvangen. Het had op de weg van Schuurman gelegen om haar stellingen op dit punt nader te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. Zij heeft dat echter niet gedaan, hoewel zij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld. De vordering van Schuurman zal daarom worden afgewezen.

2.3

Schuurman zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten zullen voor Marnie worden vastgesteld op nihil nu zij zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Schuurman in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Marnie vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.