Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 19 maart 2021

ECLI:NL:RBROT:2021:2224Zaaknummer 8675512 CV EXPL 20-26237

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19 maart 2021
Publicatiedatum
24 maart 2021
Zaaknummer
8675512 CV EXPL 20-26237
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgverzekeringszaak.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan Iza te betalen een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 16 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Iza vastgesteld op € 124,- aan griffierecht, € 105,09 aan dagvaardingskosten en € 150,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 41645

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het verloop van de procedure
  2. 2. Het geschil
  3. 3. De beoordeling
  4. 4. De beslissing
RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8675512 CV EXPL 20-26237

uitspraak: 19 maart 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de naamloze vennootschap

Iza Zorgverzekeraar N.V.,

gevestigd te Alkmaar,

eiseres,

gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die in persoon procedeert.

Partijen worden hierna verder aangeduid als ‘Iza’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 16 juli 2020, met producties;
  • de conclusie van antwoord, bestaande uit de aantekeningen van de griffier van het telefonisch verweer;
  • het tussenvonnis van 31 augustus 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2020.

[gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1.

Iza vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] wordt veroordeeld aan haar te betalen een bedrag van € 500,- aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

Iza legt nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst ten grondslag. [gedaagde] is gehouden om premie en eventueel voorgeschoten maar niet voor vergoeding in aanmerking komende zorgkosten te betalen. [gedaagde] heeft niet volledig aan deze verplichting voldaan. De achterstand bedraagt inclusief rente en kosten € 3.143,69. Om haar moverende redenen beperkt Iza haar vordering vooralsnog tot een bedrag van € 500,-.

2.3.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Hierop wordt – voor zover in deze procedure van belang – in het navolgende ingegaan.

3. De beoordeling

3.1.

Partijen zijn in geschil over het bedrag dat [gedaagde] nog is verschuldigd. [gedaagde] erkent dat de gevorderde zorgkosten daadwerkelijk zijn gemaakt, maar voert aan dat het door Iza gevorderde bedrag niet klopt, omdat daarvan al € 3.000,- is betaald.

3.2.

Hoewel [gedaagde] stelt dat hij al een deel van de vordering heeft betaald, heeft hij zijn verweer niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld met betaalbewijzen. Iza ontkent dat [gedaagde] al een deel betaald heeft. [gedaagde] is ook niet verschenen op de mondelinge behandeling, zodat [gedaagde] ook van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt om zijn verweer nader te motiveren. Aangezien [gedaagde] de vordering niet op andere gronden heeft betwist, heeft [gedaagde] de vordering onvoldoende gemotiveerd weersproken. De gevorderde hoofdsom is dan ook toewijsbaar. Iza heeft haar vordering in deze procedure beperkt tot € 500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in proceskosten.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan Iza te betalen een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 16 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Iza vastgesteld op € 124,- aan griffierecht, € 105,09 aan dagvaardingskosten en € 150,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 41645

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.