Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 17 september 2021

ECLI:NL:RBROT:2021:12974Zaaknummer 9322996 CV EXPL 21-22881

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17 september 2021
Publicatiedatum
31 december 2021
Zaaknummer
9322996 CV EXPL 21-22881
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedaagde bij dupliek niet gereageerd.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Van Vliet tegen kwijting te betalen een bedrag van € 2.282,33, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.980,77 vanaf 24 juni 2021 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Van Vliet vastgesteld op € 610,83 aan verschotten en € 187,00 aan salaris voor haar gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

426

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het verloop van de procedure
  2. 2. De vordering en de grondslag
  3. 2. De beoordeling
  4. 3. De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9322996 \ CV EXPL 21-22881

uitspraak: 17 september 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Van Vliet Bedrijfsmakelaars B.V.,

gevestigd te: Ridderkerk,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 24 juni 2021,

gemachtigde: mr. A. Quispel te Rotterdam,

tegen

[gedaagde]

,

gevestigd te: [vestigingsplaats],

gedaagde,

gemachtigde mr. K.A. Krikke te Amsterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als Van Vliet respectievelijk [gedaagde].

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

  • het exploot van dagvaarding, met producties;
  • het faxbericht van de gemachtigde van [gedaagde] van 12 juli 2021 waarin om uitstel voor het indienen van de conclusie van antwoord wordt verzocht;
  • de brief van de griffier van 14 juli 2021 waarin aan de gemachtigde van [gedaagde] is meegedeeld dat [gedaagde] uiterlijk op de rolzitting van 19 augustus 2021 op de dagvaarding mag reageren.
1.2

[gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vordering en de grondslag

2.1

Van Vliet heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan Van Vliet te betalen een bedrag van € 2.282,33, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.980,77 vanaf 24 juni 2021, althans vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

Van Vliet heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij op verzoek en voor rekening van [gedaagde] een verhuuropdracht in behandeling heeft genomen. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] een courtage van 14% aan haar verschuldigd is.

[gedaagde] is in gebreke gebleven met de nakoming van de op hem rustende betalingsverplichting door de factuur van 30 maart 2021, waarbij genoemde courtage van

€ 1.980,77 in rekening is gebracht, niet te voldoen. Van Vliet vordert dit bedrag aan hoofdsom. Van Vliet vordert verder een bedrag van € 297,12 (incl. btw) aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente die berekend tot en met 23 juni 2021 € 4,44 bedraagt.

2. De beoordeling

2.1

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd. De vorderingen komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden toegewezen.

2.2

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van Van Vliet vastgesteld op € 610,83 aan verschotten (waarvan € 103,83 aan dagvaardingskosten en € 507,00 aan griffierecht) en € 187,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van € 187,00).

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Van Vliet tegen kwijting te betalen een bedrag van € 2.282,33, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.980,77 vanaf 24 juni 2021 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Van Vliet vastgesteld op € 610,83 aan verschotten en € 187,00 aan salaris voor haar gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

426

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.