Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 26 oktober 2021

ECLI:NL:RBROT:2021:10575Zaaknummer C/10/626557 / FA RK 21-7504

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26 oktober 2021
Publicatiedatum
3 november 2021
Zaaknummer
C/10/626557 / FA RK 21-7504
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 24 WzD. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf toegewezen voor de duur van zes maanden. Bij cliënt is sprake van een psychogeriatrische aandoening te weten dementie. Cliënt is niet meer in staat tot zelfzorg. De ingezette maximale thuiszorg is niet afdoende meer en het steunsysteem overbelast.

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënte] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 april 2022.

Deze beschikking is op 26 oktober 2021 mondeling gegeven door mr. C.N. Melkert, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 28 oktober 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Beoordeling
  3. 3. Beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/626557 / FA RK 21-7504

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 26 oktober 2021 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënte],

geboren op [geboortedatum cliënte], [geboorteplaats cliënte],

hierna: cliënte,

wonende te [woonplaats cliënte],

advocaat mr. S. Scheimann te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2021.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 10 januari 2017;
  • de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam 1], arts, van 22 september 2021;
  • de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 6 oktober 2021.
1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2021. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

  • cliënte met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2], casemanager dementie, en
  • [naam 3], casemanager dementie, beiden verbonden aan Laurens Zorg aan Huis;
  • [naam 4], dochter van cliënte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis.

2.2.

Het gedrag van cliënte leidt als gevolg van deze psychogeriatrische aandoening tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.

Cliënte is gediagnosticeerd met gevorderde dementie en is al vele jaren afhankelijk van de mantel- en thuiszorg. Cliënte ontvangt de maximale thuiszorg en zij is niet in staat tot het zelfstandig uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Voorts is cliënte gedesoriënteerd en kan zij niet meer zonder begeleiding naar buiten. Daarnaast ontbreekt het cliënt aan ziekte besef- of inzicht. Tevens is het steunsysteem van cliënte overbelast geraakt.

2.3.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.4.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënte behoeft een opname in 24 uurs accommodatie, waar haar specifieke begeleiding, ondersteuning en nabije zorg geboden kan worden en ook om de risico’s voor cliënte zelf en haar verzorgers weg te nemen.

2.5.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Volgens cliënte is er geen noodzaak voor een opname en is zij voldoende in staat tot zelfzorg.

2.6.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënte] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 april 2022.

Deze beschikking is op 26 oktober 2021 mondeling gegeven door mr. C.N. Melkert, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 28 oktober 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.