Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Rotterdam, 18 mei 2020

ECLI:NL:RBROT:2020:8427Zaaknummer 10/189129-19 zorgmachtiging

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18 mei 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
10/189129-19 zorgmachtiging
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

“Zorgmachtiging Wvggz.”

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene], voornoemd,

5.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.4. kunnen worden getroffen overeenkomstig de vermelde duur, met uitzondering van de verzochte maatregelen van het toedienen van vocht en voedsel;

5.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 13 november 2020.

Deze beslissing is mondeling gegeven op 18 mei 2020 door

mr. W.H.J. Stemker Köster, voorzitter,

mrs. J.A.MJ. Janssen-Timmermans en G.A. Bouter Rijksen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier,

en op 18 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Standpunt van het Openbaar Ministerie
  3. 3. Standpunt van betrokkene
  4. 4. Beoordeling
  5. 5. Beslissing

Beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Straf

Zaaknummer: 10/189129-19

Patiëntnummer: [nummer]

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 mei 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg juncto artikel 6:5, aanhef en onder a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier van justitie,

met betrekking tot:

[naam betrokkene],

geboren op [geboortedatum betrokkene] te Curaçao,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres betrokkene], [woonplaats betrokkene],

thans verblijvende in PPC Vught,

bijgestaan door mr. T.S. Kessel, advocaat te Dordrecht.

1. Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, waaronder:

- de bevindingen zorgmachtiging;

- de zorgkaart;

- het zorgplan;

- de medische verklaring;

ingekomen ter griffie op 15 mei 2020

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 mei 2020 in het gebouw van de rechtbank op de locatie Dordrecht.

Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:

  • betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
  • mr. C. de Kimpe, de officier van justitie;
  • de geneesheer-directeur.

Bij die gelegenheid zijn de betrokkene en de geneesheer-directeur (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord.

2. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.

3. Standpunt van betrokkene

Door of namens betrokkene heeft de raadsman zich gerefereerd met betrekking tot het al dan niet toewijzen van het verzoek.

4. Beoordeling

4.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van recidiverende paranoïde psychotische episoden met hallucinaties, wanen, chaotisch denken, in combinatie met agitatie, agressie en dreiging. Op dit moment is de paranoïde psychose in remissie onder medicatiegebruik (dwangbehandeling). Daarnaast is er sprake van een verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van verschillende middelen.

4.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  • ernstig lichamelijk letsel voor (een) ander(en), maatschappelijke teloorgang voor betrokkene zelf;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
4.3.

Om

  • ernstig nadeel af te wenden;
  • de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren;
  • de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint;
  • e fysieke gezondheid van betrokkene (in het geval diens gedrag als gevolg van psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor) te stabiliseren of te herstellen,

heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

4.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en/of de medische verklaring en/of het advies van de geneesheer-directeur.

De raadsman heeft betoogd dat er geen aanleiding is voor verplichte zorg in de vorm van het toedienen van vocht en voeding alsmede in het insluiten van de betrokkene.

De volgende vormen van verplichte zorg worden voor na te noemen duur verzocht:

Vorm van zorgDuur
toedienen van vocht6 maanden
toedienen van voeding6 maanden
toedienen van medicatie6 maanden
het verrichten van medische controles6 maanden
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening6 maanden
beperken van de bewegingsvrijheid6 maanden
insluiten6 maanden
uitoefenen van toezicht op betrokkene6 maanden
onderzoek aan kleding of lichaam6 maanden
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpenn.v.t.
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen6 maanden
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelenn.v.t.
beperken van het recht op het ontvangen van bezoekn.v.t.
opnemen in een accommodatie6 maanden
4.5.

De voorgestelde verplichte zorg is – met uitzondering van het navolgende - evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding bestaat voor het onder dwang toedienen van vocht en voedsel. Anders dan de raadsman acht de rechtbank insluiten van de betrokkene wel opportuun gelet op de gerapporteerde incidenten tijdens zijn verblijf in het PPC Vught.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg alsmede aan de uitgangspunten als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

4.8.

De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 13 november 2020. De vormen van verplichte zorg zoals opgenomen onder 4.4 zullen worden toegewezen voor de gevraagde duur, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding.

5. Beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene], voornoemd,

5.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.4. kunnen worden getroffen overeenkomstig de vermelde duur, met uitzondering van de verzochte maatregelen van het toedienen van vocht en voedsel;

5.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 13 november 2020.

Deze beslissing is mondeling gegeven op 18 mei 2020 door

mr. W.H.J. Stemker Köster, voorzitter,

mrs. J.A.MJ. Janssen-Timmermans en G.A. Bouter Rijksen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier,

en op 18 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.