Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 28 februari 2020

ECLI:NL:RBROT:2020:6061Zaaknummer 8020833 CV EXPL 19-38526

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 februari 2020
Publicatiedatum
13 juli 2020
Zaaknummer
8020833 CV EXPL 19-38526
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgverzekering – bewindvoerder had gedagvaard moeten worden – vordering verminderd tot nihil, alleen proceskostenveroordeling

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt VGZ in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 72,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het verloop van de procedure
  2. 2. De beoordeling
  3. 3. De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8020833 CV EXPL 19-38526

uitspraak: 28 februari 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

VGZ Zorgverzekeraar N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘VGZ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 13 augustus 2019, met producties;
  • de incidentele conclusie van niet-ontvankelijkheid tevens conclusie van antwoord, met producties;
  • de akte houdende royement.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1

In deze procedure heeft VGZ om ‘royement’ van de procedure verzocht omdat niet [gedaagde] maar de bewindvoerder gedagvaard had moeten worden. [gedaagde] heeft de kantonrechter op 27 januari 2020 bericht dat hij niet akkoord gaat met het royement van de procedure en de kantonrechter verzocht VGZ te veroordelen in de proceskosten.

2.2

De kantonrechter begrijpt het verzoek van VGZ tot royement van de procedure als een verzoek tot doorhaling op de rol op grond van het bepaalde in artikel 246 Rv. Doorhaling op de rol kan slechts plaatsvinden indien beide partijen daarmee instemmen. Nu [gedaagde] niet instemt met het betreffende verzoek zal de zaak niet worden doorgehaald.

2.3

De kantonrechter begrijpt dat VGZ haar vordering niet wenst te handhaven en dus wenst te verminderen tot nihil. Daarom zal alleen een beslissing over de proceskosten worden genomen.

2.4

VGZ heeft erkend dat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Op basis van de daarvoor geldende tarieven heeft [gedaagde] recht op een bedrag van € 72,00 aan salaris gemachtigde (gebaseerd op één punt).

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt VGZ in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 72,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.