Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 1 mei 2020

ECLI:NL:RBROT:2020:4300Zaaknummer 8204672 CV EXPL 19-52164

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
1 mei 2020
Publicatiedatum
14 mei 2020
Zaaknummer
8204672 CV EXPL 19-52164
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering niet-betaalde zorgpremie afgewezen. Gedaagde heeft al eerder onterecht incassokosten aan eiser betaald.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt De Friesland in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44240

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het verloop van de procedure
  2. 2. De vaststaande feiten
  3. 3. De vordering
  4. 4. Het verweer
  5. 5. De beoordeling
  6. 6. De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8204672 CV EXPL 19-52164

uitspraak: 1 mei 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de naamloze vennootschap

De Friesland Zorgverzekeraar N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “De Friesland” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • het exploot van dagvaarding van 20 november 2019, met producties;
  • de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde], met een productie;
  • de conclusie van repliek, tevens houdende vermindering van eis, met producties;
  • de schriftelijke reactie van [gedaagde], met producties;
  • de akte uitlating producties aan de zijde van De Friesland.
1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

2.1

[gedaagde] heeft bij De Friesland een aanvullende tandartsverzekering afgesloten.

2.2

Uit hoofde van deze verzekering is [gedaagde] aan De Friesland zorgpremie, eigen bijdragen en zorgkostennota’s verschuldigd. De zorgpremie is vastgesteld op € 21,95 per maand voor het jaar 2019.

3. De vordering

3.1

De Friesland heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan De Friesland te betalen een bedrag van € 82,52 aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en aan verschenen rente,

te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 65,85 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Aan haar vordering heeft De Friesland - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

[gedaagde] is in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van de over de maanden augustus, september en oktober 2019 aan De Friesland verschuldigde premie (factuurkenmerken [nummer 1], [nummer 2] en [nummer 3] ). De totale betalingsachterstand bedraagt € 65,85. Op deze betalingsachterstand strekt een bedrag van € 31,90 ter zake van door [gedaagde] aan De Friesland verrichte betalingen in mindering. Hierdoor resteert een hoofdsom van € 33,95.

3.2.2

Bij conclusie van repliek heeft De Friesland de vordering verminderd met een bedrag van € 1,00. Derhalve resteert een bedrag van € 32,95 aan hoofdsom.

3.2.3

De betalingstermijnen van voornoemde facturen zijn inmiddels verstreken en daarom maakt De Friesland aanspraak op een bedrag van € 0,17 aan verschenen rente, berekend tot de dag der dagvaarding.

3.2.4

Door de (gedeeltelijke) wanbetaling van [gedaagde] zag De Friesland zich genoodzaakt om haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke incassokosten te maken. Deze buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 48,40 (inclusief btw) komen voor rekening van [gedaagde].

4. Het verweer

Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering van De Friesland. Daartoe heeft [gedaagde] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd dat de vordering van De Friesland al volledig betaald is. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft [gedaagde] diverse betalingsbewijzen overgelegd.

5. De beoordeling

5.1

Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] de aan De Friesland verschuldigde premie over de maanden augustus, september en oktober 2019 al dan niet volledig heeft voldaan.

5.2

De kantonrechter constateert dat uit de door De Friesland - als productie 2 bij de conclusie van repliek tevens houdende vermindering van eis - overgelegde specificatie blijkt dat een bedrag van in totaal € 45,00 aan incassokosten bij [gedaagde] in rekening is gebracht met betrekking tot het jaar 2019. Deze incassokosten vallen echter onder een eventuele vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en moeten daarom in mindering worden gebracht op de door De Friesland (uiteindelijk) gevorderde hoofdsom van € 32,95.

De Friesland heeft dan ook ten onrechte diverse betalingen door [gedaagde] tot voormeld bedrag van € 45,00 afgeboekt op deze incassokosten. Een en ander brengt met zich dat de hoofdsom reeds (ruimschoots) door [gedaagde] is voldaan en dat er geen bedrag aan hoofdsom meer resteert. Dit betekent dat de daarop gerichte vordering wordt afgewezen.

5.3

De gevorderde verschenen wettelijke rente wordt eveneens afgewezen, nu die rente mede berekend is over ten onrechte in rekening gebrachte en in de hoofdsom opgenomen incassokosten.

5.4

De Friesland maakt verder aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De Friesland is in haar aanmaning van 9 oktober 2019 uitgegaan van een hoger bedrag aan hoofdsom dan op dat moment was verschuldigd. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft De Friesland in 2019 ten onrechte een bedrag van € 45,00 aan incassokosten in rekening gebracht, waardoor De Friesland [gedaagde] voor een te hoog bedrag aan hoofdsom heeft aangemaand. Ook de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom afgewezen.

5.5

Hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd, kan tot geen ander oordeel leiden en behoeft daarom geen (nadere) bespreking.

5.6

De Friesland wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden op nihil begroot, omdat [gedaagde] in persoon procedeert.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt De Friesland in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44240

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.