Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2020

ECLI:NL:RBROT:2020:1539Zaaknummer 563987

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21 februari 2020
Publicatiedatum
25 februari 2020
Zaaknummer
563987
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering in vrijwaring wordt afgewezen wegens afwijzing vordering in de hoofdzaak. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2020:1474 (vonnis in hoofdzaak)

De rechtbank

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Van der Brugge tot op heden begroot op € 6.094,00,te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 14 dagen na de datum van het vonnis tot de dag van volledige betaling

3.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening

3.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020.

424

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/563987 / HA ZA 18-1191

Vonnis in vrijwaring van 19 februari 2020

in de zaak van

vennootschap onder firma

[eiseres],

gevestigd te Leerdam,

eiseres,

advocaat mr. R. van Baarlen te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DER BRUGGE MAKELAARDIJ O.G. HYPOTHEKEN EN VRZ,

gevestigd te Gorinchem,

gedaagde,

advocaat mr. D.W.N. Brand te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] respectievelijk van der Brugge genoemd worden.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 maart 2019 en de daarin opgenomen processtukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij tussenvonnis van 20 maart 2019 is geoordeeld dat als in de hoofdzaak zal komen vast te staan dat [eiseres] schadeplichtig is jegens [naam] c.s., Van der Brugge [eiseres] dient te vrijwaren. Bij eindvonnis in de hoofdzaak tussen [naam] c.s. en [eiseres] van vandaag is de vordering van [naam] c.s. jegens [eiseres] afgewezen. Daarom wordt vordering in vrijwaring ook afgewezen.

2.2.

[eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Van der Brugge worden begroot op:

- griffierecht 3.946,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 6.094,00.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Van der Brugge tot op heden begroot op € 6.094,00,te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 14 dagen na de datum van het vonnis tot de dag van volledige betaling

3.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening

3.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020.

424

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.