Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Rotterdam, 2 oktober 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:10435Zaaknummer 8405368 CV EXPL 20-9445
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2020
- Publicatiedatum
- 18 november 2020
- Zaaknummer
- 8405368 CV EXPL 20-9445
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Huur bedrijfsruimte, voorwaardelijke ontbinding. Regelingsvonnis.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 8.617,68;
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 1.097,38 aan verschotten en € 720,00 aan salaris voor de gemachtigde;
staat gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, toe om het totaal aan eiseres verschuldigde bedrag van € 10.435,06, naast de lopende huur ad € 3.264,09 per maand, aan eiseres te voldoen in wekelijkse termijnen van € 1000,00;
en bovendien, maar alléén voor het geval gedaagden deze betalingsverplichtingen niet behoorlijk nakomen:
bepaalt dat het ingevolge dit vonnis nog verschuldigde bedrag geheel ineens opeisbaar is;
ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag nadat gedaagden ten aanzien van de nakoming van vorenbedoelde betalingsverplichtingen in verzuim zijn en veroordeelt gedaagden om het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege gedaagden daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van eiseres te stellen;
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen € 3.264,09 per maand met ingang van de datum van ontbinding tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44478
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 8405368 CV EXPL 20-9445
uitspraak: 2 oktober 2020 (bij vervroeging)
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[eiseres]
,
gevestigd te [vestigingsplaats eiseres],
eiseres bij exploot van dagvaarding van 4 maart 2020,
gemachtigde: mr. E.G. Sonneveld te Alkmaar,
tegen
1. [gedaagde 1], gedaagde,
gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde 1];
2. [gedaagde 2], vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [woonplaats gedaagde 2];
3. [gedaagde 3], vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [woonplaats gedaagde 3];
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ” respectievelijk “ [gedaagde 1] ” dan wel “ [gedaagde 2] ” en “ [gedaagde 3] ”.
1. Het verloop van de procedure
Eiseres heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde gelegen aan de [adres] te Barendrecht, te ontbinden en gedaagden te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling aan eiseres van de door haar genoemde bedragen, waarin begrepen € 19.498,62 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand maart 2020.
Gedaagden hebben op de eis geantwoord.
De bij vonnis van 10 augustus 2020 bevolen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 september 2020. Namens [eiseres] is verschenen [naam persoon 1], bijgestaan door zijn gemachtigde. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn verschenen, bijgestaan door hun adviseur [naam persoon 2]. Van hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft de griffier aantekening gehouden.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis (nader) bepaald op heden.
2. De beoordeling
Gedaagden hebben de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist.
De hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.
Partijen zijn tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen, dat de oorspronkelijke hoofdsom per heden, inclusief incassokosten en boetes, bedraagt € 16.642,26, waarop in mindering kan komen “corona-korting” ter grootte van één maand huur (€ 3.227,32), voor welk bedrag een creditnota zal worden afgegeven. Ook kan op de hoofdsom in mindering worden gebracht een bedrag van € 4.797,26, welk bedrag van de betaalde waarborgsom zal worden afgehaald, zodat als waarborgsom blijft staan € 11.000,00. Partijen zijn het erover eens dat een en ander resulteert in een te betalen bedrag van € 8.617,68 dat, naast een bedrag van € 720,00 aan salaris gemachtigde en € 1.097,38 aan verschotten, zal worden voldaan door gedaagden door per week € 1.000,00 te voldoen, met dien verstande dat de lopende huur (welke thans bedraagt € 3.264,09 per maand) op die wekelijkse aflossing eerst in mindering komt.
Partijen hebben de kantonrechter verzocht om die regeling in het vonnis op te nemen, waarbij tevens wordt bepaald dat zolang gedaagden die regeling nakomen geen ontbinding en ontruiming ten uitvoer kan worden gelegd.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 8.617,68;
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 1.097,38 aan verschotten en € 720,00 aan salaris voor de gemachtigde;
staat gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, toe om het totaal aan eiseres verschuldigde bedrag van € 10.435,06, naast de lopende huur ad € 3.264,09 per maand, aan eiseres te voldoen in wekelijkse termijnen van € 1000,00;
en bovendien, maar alléén voor het geval gedaagden deze betalingsverplichtingen niet behoorlijk nakomen:
bepaalt dat het ingevolge dit vonnis nog verschuldigde bedrag geheel ineens opeisbaar is;
ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag nadat gedaagden ten aanzien van de nakoming van vorenbedoelde betalingsverplichtingen in verzuim zijn en veroordeelt gedaagden om het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege gedaagden daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van eiseres te stellen;
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen € 3.264,09 per maand met ingang van de datum van ontbinding tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44478
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.