Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Rotterdam, 2 december 2019

ECLI:NL:RBROT:2019:9391Zaaknummer ROT 19_4184

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
2 december 2019
Publicatiedatum
12 januari 2021
Zaaknummer
ROT 19_4184
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veelprocedeerder. Kennelijk niet-ontvankelijk beroep wegens niet betalen griffierrecht na afwijzing verzoek om vrijstelling wegens betalingsonmacht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, rechter, in aanwezigheid van

drs. S.R. Jonkergouw, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 2 december 2019.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 19/4184

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2019 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 juli 2019 van verweerder waarbij zijn bezwaar tegen het besluit van 15 juli 2019 ongegrond is verklaard.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.

2. Omdat eiser tegelijk bij het indienen van het beroep heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht, heeft de griffier bij brief van 23 augustus 2019 het inlichtingenformulier ‘betalingsonmacht’ aan eiser toegezonden. De griffier heeft dit verzoek bij brief van 10 september 2019 afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat eisers verzoek terecht is afgewezen. Eiser is bij aangetekende brief van 11 september 2019 aangemaand het griffierecht ten bedrage van € 47,- alsnog binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.

3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.

4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, rechter, in aanwezigheid van

drs. S.R. Jonkergouw, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 2 december 2019.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.