Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 5 april 2019

ECLI:NL:RBROT:2019:5863Zaaknummer 7361219 \ CV EXPL 18-49433

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
5 april 2019
Publicatiedatum
22 juli 2019
Zaaknummer
7361219 \ CV EXPL 18-49433
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

dubbele bemiddelingskosten niet toegestaan

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiser tegen kwijting te betalen € 890,56, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 774,40 vanaf 15 juli 2014 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser vastgesteld op € 330,38 aan verschotten en € 240,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

807

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De vaststaande feiten
  3. 3 De vordering
  4. 4 Het verweer
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7361219 \ CV EXPL 18-49433

uitspraak: 5 april 2019

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser],

woonplaats: [woonplaats eiser],

eiser bij exploot van dagvaarding van 5 november 2018,

gemachtigde: mr. H.W. Meijer, Florijn Incasso B.V. te Assen,

tegen

de besloten vennootschap

Woningverhuur Rotterdam B.V.,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

procederend in persoon.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • het exploot van dagvaarding;
  • de conclusie van antwoord met bijlagen van gedaagde;
  • de conclusie van repliek met producties.

Gedaagde heeft, hoewel daartoe naar behoren opgeroepen, niet meer gereageerd op de zitting van 7 maart 2019.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Eiser heeft als huurder op 25 juli 2014 een huurovereenkomst met Edro Vastgoed B.V. gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres] te Rotterdam.

3 De vordering

3.1.

Eiser heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan hem te betalen € 774,40 aan hoofdsom en € 116,16 aan buitengerechtelijke kosten.

3.2.

Aan zijn vordering legt eiser - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat hij via de website van gedaagde de betreffende woning heeft gevonden. Bij het tot stand komen van de huurovereenkomst heeft gedaagde bemiddelingskosten, huur en borg in rekening gebracht. Eiser is ermee bekend geworden dat de bemiddelingskosten aan hem ten onrechte in rekening zijn gebracht. Gedaagde is, ondanks aanmaningen, in gebreke gebleven met de terugbetaling van de bemiddelingskosten ten bedrage van

€ 774,40.

4 Het verweer

Gedaagde heeft de vordering betwist en heeft daartoe aangevoerd dat eiser zich in het systeem van gedaagde had ingeschreven en dat gedaagde de woning wel degelijk voor eiser heeft gevonden. Gedaagde heeft geen bewijs van eiser ontvangen dat gedaagde voor de verhuurder zou hebben opgetreden. Gedaagde heeft een voorstel gedaan om € 350,00 aan eiser te restitueren tegen finale kwijting.

5 De beoordeling

5.1.

Eiser heeft bij repliek gesteld dat hij de woning op meerdere websites heeft gevonden waarbij werd doorverwezen naar de website van gedaagde. De woning bevond zich al in het aanbod van gedaagde voordat eiser zich tot gedaagde heeft gewend. Gedaagde heeft zelf de bezichtiging verzorgd waarbij eiser zich moest inschrijven omdat eiser anders de bezichtiging niet kon bijwonen. Gedaagde heeft zowel voor de verhuurder als voor de huurder opgetreden zodat er sprake is van dubbele lastgeving. De gegevens van de verhuurder waren in de advertentie afgeschermd,

5.2.

Nu gedaagde niet meer heeft gereageerd op de repliek van eiser, wordt bij gebreke aan voldoende gemotiveerd verweer verder uitgegaan van de juistheid van het gestelde en de in het geding gebrachte bescheiden en wordt de vordering dan ook toegewezen.

5.3.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is niet toewijsbaar, nu niet is gesteld of gebleken dat de kosten vóór dagvaarding dan wel vóór de ingebrekestelling door eiser zijn betaald aan de gemachtigde.

5.4.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de kosten van de procedure.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiser tegen kwijting te betalen € 890,56, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 774,40 vanaf 15 juli 2014 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser vastgesteld op € 330,38 aan verschotten en € 240,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

807

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.