Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Rotterdam, 12 juni 2018

ECLI:NL:RBROT:2018:4612Zaaknummer ROT 18/2855

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12 juni 2018
Publicatiedatum
28 juni 2018
Zaaknummer
ROT 18/2855
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

sluiting woning voor de duur van zes maanden

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

Bij besluit van 28 mei 2018 heeft verweerder de sluiting gelast van de woning [adres] op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden. Verzoeker is eigenaar van de woning. Volgens vaste rechtspraak moet, om een voorlopige voorziening op financiële gronden te rechtvaardigen, verzoeker aannemelijk maken dat hij in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, gezien de door verzoeker op 11 juni 2018 en ter zitting ingebrachte stukken en de ter zitting gegeven mondeling toelichting, verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in afwachting van de behandeling van het bezwaarschrift in een financiële noodsituatie komt te verkeren. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Dit proces-verbaal is ondertekend door mr. A.I. van Strien, voorzieningenrechter, en

J. Bijleveld, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 12 juni 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
  2. Beslissing
  3. Overwegingen
  4. Rechtsmiddel

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 18/2855

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

12 juni 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam 1], te Barendrecht, verzoeker,

en

de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: mr. C.W. de Jong.

Verzoeker is verschenen, bijgestaan door [naam 2].

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door

mr. H.J. Kooistra.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 12 juni 2018 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

Bij besluit van 28 mei 2018 heeft verweerder de sluiting gelast van de woning [adres] op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden. Verzoeker is eigenaar van de woning. Volgens vaste rechtspraak moet, om een voorlopige voorziening op financiële gronden te rechtvaardigen, verzoeker aannemelijk maken dat hij in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, gezien de door verzoeker op 11 juni 2018 en ter zitting ingebrachte stukken en de ter zitting gegeven mondeling toelichting, verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in afwachting van de behandeling van het bezwaarschrift in een financiële noodsituatie komt te verkeren. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Dit proces-verbaal is ondertekend door mr. A.I. van Strien, voorzieningenrechter, en

J. Bijleveld, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.