Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Rotterdam, 16 januari 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:11507Zaaknummer 6485325 \ CV EXPL 17-40420
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 januari 2018
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2025
- Zaaknummer
- 6485325 \ CV EXPL 17-40420
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
bepalen mondelinge behandeling
2 De beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat partijen (in persoon of behoorlijk vertegenwoordigd en desgewenst met haar gemachtigde) op woensdag 21 februari 2018 om 10.30 uur dienen te verschijnen ter zitting van de hierna genoemde kantonrechter. De zitting zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100, gebouw B (het rode gebouw);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
33034
Volledige tekst
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 6485325 \ CV EXPL 17-40420
uitspraak: 16 januari 2018
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats],
eiser bij exploot van dagvaarding van 15 november 2017,
gemachtigde: mr. A. Kouwenaar-de Coninck te Nijkerk,
tegen
[gedaagde]
,
gevestigd: [vestigingsplaats],
gedaagde.
1 De beoordeling
De kantonrechter acht het gewenst de zaak met partijen te bespreken. Daarbij kunnen partijen de nodige informatie verstrekken. Daartoe wordt een comparitie van partijen gelast. De comparitie van partijen zal tevens worden benut voor het beproeven van een minnelijke regeling.
Alle bescheiden die op de zaak betrekking (kunnen) hebben en die nog niet in het geding zijn gebracht, dienen door de partij die deze ter gelegenheid van de comparitie ter sprake wil brengen aan de kantonrechter en aan de wederpartij te worden toegezonden op een zodanige wijze dat die stukken uiterlijk een week voor de te houden comparitie van partijen in het bezit zijn van de kantonrechter en de wederpartij.
Partijen dienen in persoon ter zitting te verschijnen of zij moeten ter zitting worden vertegenwoordigd door een persoon die op de hoogte is van de feiten met betrekking tot de onderhavige vordering. Deze vertegenwoordiger moet schriftelijk gemachtigd zijn, ook tot het treffen van een minnelijke regeling.
Uitstel dient schriftelijk en gemotiveerd te worden verzocht binnen een week na ontvangst van dit vonnis. Ook moet worden vermeld of de wederpartij instemt met het uitstel. In het uitstelverzoek moeten voorts zowel de eigen verhinderdata als de verhinderdata van de wederpartij worden vermeld. Indien de partij die het uitstelverzoek doet met de wederpartij niet in contact heeft kunnen komen, dient deze te vermelden welke pogingen daartoe zijn ondernomen.
Zolang op het uitstelverzoek niet is beslist moet er van worden uitgegaan dat de zitting gewoon doorgang zal vinden op de hierna vastgestelde datum.
De kantonrechter wijst partijen er op dat het niet verschijnen ter zitting in het nadeel van de niet verschijnende partij kan worden uitgelegd.
2 De beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat partijen (in persoon of behoorlijk vertegenwoordigd en desgewenst met haar gemachtigde) op woensdag 21 februari 2018 om 10.30 uur dienen te verschijnen ter zitting van de hierna genoemde kantonrechter. De zitting zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100, gebouw B (het rode gebouw);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
33034
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.