Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Rotterdam, 19 juli 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:5925Zaaknummer ROT 17/3540
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 juli 2017
- Publicatiedatum
- 29 juli 2017
- Zaaknummer
- ROT 17/3540
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter is van oordeel dat hij bevoegd is kennis te nemen van dit verzoek om voorlopige voorziening in de zin van artikel 8:81 lid 1 Awb. Weliswaar is het persbericht al gepubliceerd, maar het persbericht is een uitvloeisel van het besluit van NZa om, op grond van artikel 8 Wob, tot publicatie van het sanctiebesluit over te gaan. Daar komt bij dat ten aanzien van die publicatie verzoeker bij vonnis van 2 juni 2017 niet-ontvankelijk is verklaard in zijn vordering bij de voorzieningenrechter in kort geding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. Bij besluit van 6 april 2017 (het bestreden besluit) heeft NZa verzoeker een bestuurlijke boete opgelegd van € 112.000,- opgelegd wegens overtreding van de artikelen 35, eerste lid, en 36, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg. Voorts heeft NZa besloten het bestreden besluit en het in de daarbij behorende bijlage opgenomen persbericht (het persbericht) openbaar te maken. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en heeft voorts een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Verzoeker wil met zijn verzoek om voorlopige voorziening bereiken dat het persbericht wordt aangevuld met een korte weergave van de zienswijze die verzoeker heeft ingediend tegen het bestreden besluit.
2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hij – om de hierna te noemen redenen –bevoegd is kennis te nemen van dit verzoek om voorlopige voorziening in de zin van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Weliswaar is het persbericht al gepubliceerd, maar het persbericht is een uitvloeisel van het besluit van NZa om, op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur, tot publicatie van het bestreden besluit over te gaan. Daar komt bij dat ten aanzien van die publicatie verzoeker bij vonnis van 2 juni 2017 niet-ontvankelijk is verklaard in zijn vordering bij de voorzieningenrechter in kort geding. Deze (civiele) voorzieningenrechter heeft het persbericht als besluit in de zin van de Awb aangemerkt en geoordeeld dat verzoeker zijn vordering aanhangig diende maken bij de bestuursrechter in Rotterdam. Dit oordeel neemt de voorzieningenrechter in dit geval tot uitgangspunt en ook daaruit vloeit voort dat de voorzieningenrechter in dit geval bevoegd is.
3. Het oogmerk van het op de website van NZa opgenomen persbericht is dat aan het publiek kenbaar wordt gemaakt dat door NZa een sanctiebesluit is genomen. Daarbij is bovendien vermeld dat daartegen bezwaar is gemaakt. Verder kan daarbij ook het bestreden besluit zelf – waarin de zienswijze van verzoeker is opgenomen – worden aangeklikt. Om die reden ziet de voorzieningenrechter geen reden om een dergelijk persbericht eerst rechtmatig te achten indien daarin de zienswijze van de betrokkene wordt vermeld.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.
Dit proces-verbaal is ondertekend door mr. J.H.de Wildt, voorzieningenrechter, en
mr. R. Stijnen, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team Bestuursrecht 1
zaaknummer: ROT 17/3540
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juli 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[Naam], te [plaats], verzoeker,
gemachtigde: mr. J.J.M. Sluis,
en
de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), verweerster,
gemachtigde: mr. C.A. Geleijnse.
Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. NZa heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Voorts is verschenen R. van den Broek, werkzaam bij NZa.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 19 juli 2017 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. Bij besluit van 6 april 2017 (het bestreden besluit) heeft NZa verzoeker een bestuurlijke boete opgelegd van € 112.000,- opgelegd wegens overtreding van de artikelen 35, eerste lid, en 36, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg. Voorts heeft NZa besloten het bestreden besluit en het in de daarbij behorende bijlage opgenomen persbericht (het persbericht) openbaar te maken. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en heeft voorts een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Verzoeker wil met zijn verzoek om voorlopige voorziening bereiken dat het persbericht wordt aangevuld met een korte weergave van de zienswijze die verzoeker heeft ingediend tegen het bestreden besluit.
2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hij – om de hierna te noemen redenen –bevoegd is kennis te nemen van dit verzoek om voorlopige voorziening in de zin van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Weliswaar is het persbericht al gepubliceerd, maar het persbericht is een uitvloeisel van het besluit van NZa om, op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur, tot publicatie van het bestreden besluit over te gaan. Daar komt bij dat ten aanzien van die publicatie verzoeker bij vonnis van 2 juni 2017 niet-ontvankelijk is verklaard in zijn vordering bij de voorzieningenrechter in kort geding. Deze (civiele) voorzieningenrechter heeft het persbericht als besluit in de zin van de Awb aangemerkt en geoordeeld dat verzoeker zijn vordering aanhangig diende maken bij de bestuursrechter in Rotterdam. Dit oordeel neemt de voorzieningenrechter in dit geval tot uitgangspunt en ook daaruit vloeit voort dat de voorzieningenrechter in dit geval bevoegd is.
3. Het oogmerk van het op de website van NZa opgenomen persbericht is dat aan het publiek kenbaar wordt gemaakt dat door NZa een sanctiebesluit is genomen. Daarbij is bovendien vermeld dat daartegen bezwaar is gemaakt. Verder kan daarbij ook het bestreden besluit zelf – waarin de zienswijze van verzoeker is opgenomen – worden aangeklikt. Om die reden ziet de voorzieningenrechter geen reden om een dergelijk persbericht eerst rechtmatig te achten indien daarin de zienswijze van de betrokkene wordt vermeld.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.
Dit proces-verbaal is ondertekend door mr. J.H.de Wildt, voorzieningenrechter, en
mr. R. Stijnen, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBROT:2022:1561 Rechtbank Rotterdam, 3 maart 2022 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2018:11481 Rechtbank Rotterdam, 6 december 2018 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2018:3954 Rechtbank Rotterdam, 24 mei 2018 (bestuursrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.