Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 16 september 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:8063Zaaknummer 510160
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 september 2016
- Publicatiedatum
- 24 oktober 2016
- Zaaknummer
- 510160
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De kinderrechter kent aan het bezwaarschrift van de moeder tegen de schriftelijke aanwijzing schorsende werking toe. Vervolg zie ECLI:NL:RBROT:2016:8065
De beslissing
De kinderrechter:
kent aan het bezwaarschrift van de moeder tegen de schriftelijke aanwijzing schorsende werking toe;
bepaalt dat de moeder, mr. M.P.G. Rietbergen en de GI in het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing van 2 september 2016 zullen worden gehoord ter zitting van: 3 oktober 2016 om 11.00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125.
Als informant zal de vader worden opgeroepen voor voormelde zitting.
De zaak zal op voormelde zitting, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Geus, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E. Hof als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2016. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/510160 / JE RK 16-2786
datum uitspraak: 16 september 2016
beschikking schorsende werking bezwaarschrift
in de zaak van
[Naam van de moeder], hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. M.P.G. Rietbergen, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[Naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats], hierna te noemen [roepnaam].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.
Het procesverloop
Gelet is op het verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 15 september 2016, ingekomen bij de griffie op 15 september 2016.
Op 3 oktober 2016 zal de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandelen.
Als informant zal worden aangemerkt:
- de vader, [Naam van de vader].
De feiten
Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
Bij beschikking van 11 juli 2016 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 11 juli 2017, aan welke ondertoezichtstelling een voorlopige ondertoezichtstelling vooraf is gegaan, uitgesproken bij beschikking van 30 juni 2016.
De GI heeft op 2 september 2016 de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [de minderjarige].
Het verzoek
De moeder heeft, bij schriftelijk verzoek van haar advocaat mr. M.P.G. Rietbergen, verzocht de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren en aan dit verzoekschrift schorsende werking toe te kennen.
De beoordeling voor wat betreft de schorsende werking
De schriftelijke aanwijzing houdt in dat vier begeleide omgangsmomenten tussen [de minderjarige] en de vader zijn bepaald in de periode van 20 september a.s. tot en met 11 oktober a.s., te weten op 20 september, 27 september, 4 oktober, en 11 oktober 2016.
De moeder ondersteunt (onder de diverse door haar aangegeven huidige omstandigheden) niet, dat de begeleide bezoeken plaatsvinden, en heeft een gemotiveerd bezwaarschrift ingediend bij de kinderrechter tegen de schriftelijke aanwijzing.
Halverwege de periode waarin de begeleide bezoeken staan gepland zal het bezwaar tegen de schriftelijke aanwijzing, zoals thans gepland, worden behandeld, te weten op 3 oktober 2016.
De kinderrechter acht het tegen het belang van de minderjarige als de thans door de GI geplande begeleide bezoeken worden aangevangen, terwijl ongewis is of deze halverwege moeten worden afgebroken, zodat de minderjarige tevoren dus ook geen duidelijkheid kan worden gegeven over hoeveel bezoeken er in ieder geval zullen plaatsvinden.
Meegewogen is dat pas zeer onlangs een ondertoezichtstelling is uitgesproken en dat de kinderrechter uit het betreffende dossier is gebleken dat [de minderjarige] erg onder druk staat door, en lijdt onder, de conflictueuze relatie tussen de moeder en de vader (ex-partners), dat de moeder om rust te creëren géén contact meer zegt te willen met de vader en recent is verhuisd met de minderjarige en de oudere broer [naam] vanuit Wageningen naar Rotterdam, dat de vader vervolgens eveneens is verhuisd naar Rotterdam, en dat sprake is van een door de vader aangevangen procedure in de familiesector tot vervangende toestemming voor erkenning, in het kader waarvan aan de minderjarige een bijzonder curator is toegewezen, terwijl deze bijzonder curator nog niet heeft gerapporteerd en ook nog ongewis is wat de uitkomst van de erkenningsprocedure zal zijn.
Er is dus reeds sprake van zeer veel omstandigheden die de spanningen bij [de minderjarige] kunnen doen toenemen. De kinderrechter acht het ongewenst dat nodeloos nog extra spanning wordt veroorzaakt door de onzekere voortgang van de geplande begeleide bezoeken. Van de GI wordt dus verwacht dat zij geen uitvoering geeft aan de thans geplande begeleide bezoeken, totdat is beslist op het bezwaar van de moeder tegen vier begeleide bezoeken.
De beslissing
De kinderrechter:
kent aan het bezwaarschrift van de moeder tegen de schriftelijke aanwijzing schorsende werking toe;
bepaalt dat de moeder, mr. M.P.G. Rietbergen en de GI in het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing van 2 september 2016 zullen worden gehoord ter zitting van: 3 oktober 2016 om 11.00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125.
Als informant zal de vader worden opgeroepen voor voormelde zitting.
De zaak zal op voormelde zitting, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Geus, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E. Hof als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2016. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.