Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Rotterdam, 11 oktober 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:7718Zaaknummer ROT 16/2039
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2016
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2019
- Zaaknummer
- ROT 16/2039
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Proceskostenveroordeling, Vereenvoudigde behandeling
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoeker heeft eerder beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag. Dit beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Vervolgens is door verzoeker nogmaals beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op dezelfde aanvraag. Gelet op het artikel 6:12 lid 4 Awb is de rechtbank van oordeel dat – indien het beroep niet zou zijn ingetrokken – het beroepschrift door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard zou zijn omdat het onredelijk laat is ingediend (Rb. Rotterdam 30 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2335). Onder die omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om het verzoek tot om toepassing van artikel 8:75a van de Awb te honoreren.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Gijzen, rechter, in aanwezigheid van
L.A. Geraedts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2016.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team Bestuursrecht 1
zaaknummer: ROT 16/2039
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 oktober 2016 als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[Naam], te [Plaats], verzoeker,
gemachtigde: mr. S. Karkache,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen, verweerder.
Procesverloop
Bij brief van 16 maart 2016 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag van 1 april 2015 om ontheffing van de arbeidsplicht.
Bij brief van 11 april 2016 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op verzoekers aanvraag.
Bij brief van 14 april 2016 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder is door de rechtbank in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld.
2. De rechtbank stelt vast dat verzoeker reeds op 10 juli 2015 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag van 1 april 2015 om ontheffing van de arbeidsplicht. Dit beroep is op 9 oktober 2015 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Vervolgens is door verzoeker nogmaals beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op dezelfde aanvraag. Gelet op het artikel 6:12, vierde lid, van de Awb is de rechtbank van oordeel dat – indien het beroep niet zou zijn ingetrokken – het beroepschrift door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard zou zijn omdat het onredelijk laat is ingediend (Rb. Rotterdam 30 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2335). Onder die omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om het verzoek tot om toepassing van artikel 8:75a van de Awb te honoreren. Het verzoek is dan ook kennelijk ongegrond, zodat verder onderzoek niet nodig is.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Gijzen, rechter, in aanwezigheid van
L.A. Geraedts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2016.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.