Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2016

ECLI:NL:RBROT:2016:4692Zaaknummer KTN-4822381_15072016

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15 juli 2016
Publicatiedatum
21 juli 2016
Zaaknummer
KTN-4822381_15072016
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verweer onvoldoende onderbouwd.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan De Friesland Zorgverzekeraar tegen kwijting te betalen € 123,05, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 73,50 vanaf 4 januari 2016 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Friesland Zorgverzekeraar vastgesteld op € 214,77 aan verschotten en € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

28374

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De vaststaande feiten
  3. 3 De vordering
  4. 4 Het verweer
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4822381 \ CV EXPL 16-6732

uitspraak: 15 juli 2016

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de naamloze vennootschap

De Friesland Zorgverzekeraar N.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,

tegen

[gedaagde],

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “De Friesland Zorgverzekeraar” en “[gedaagde]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • het exploot van dagvaarding van 14 januari 2016, met één productie;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde], waaraan de door [gedaagde] in geding gebrachte producties zijn gehecht;
  • de conclusie van repliek, met één productie;
  • de aantekeningen van het ter rolzitting van 17 mei 2016 gevoerde mondelinge verweer, alsmede de schriftelijke conclusie van dupliek, met producties.
1.2.

De datum voor de uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1.

Tussen partijen heeft tot 16 maart 2015 een verzekeringsovereenkomst bestaan omtrent de basisverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, met De Friesland Zorgverzekeraar als zorgverzekeraar en [gedaagde] als verzekeringnemer. Op de verzekeringsovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van De Friesland Zorgverzekeraar van toepassing.

2.2.

[gedaagde] diende de verzekeringspremie maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen.

3 De vordering

3.1.

De Friesland Zorgverzekeraar heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 123,05, vermeerderd met de wettelijke rente over € 73,50 vanaf 4 januari 2016 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

De vordering is opgebouwd uit € 73,50 aan hoofdsom, € 1,15 aan verschenen rente berekend tot 4 januari 2016 en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief BTW.

3.2.

Aan haar vordering legt De Friesland Zorgverzekeraar - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag. [gedaagde] is met terugbetaling van het door De Friesland Zorgverzekeraar, in het kader van de tussen partijen bestaande zorgverzekering, teveel gerestitueerde bedrag van € 73,50 aan verzekeringspremie, in gebreke gebleven. Omdat [gedaagde], ondanks aanmaningen, dit bedrag niet heeft terugbetaald, heeft De Friesland Zorgverzekeraar haar vordering ter incasso uit handen gegeven en maakt zij thans aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten.

4 Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering betwist. Daartoe voert zij aan dat De Friesland Zorgverzekeraar meerdere malen willens en wetens een te hoog bedrag aan premies heeft geïncasseerd, vervolgens ongevraagd bedragen heeft terug gestort en hiermee een onduidelijk betalingsverloop heeft gecreëerd. [gedaagde] heeft meerdere klachten ingediend bij De Friesland Zorgverzekeraar ten aanzien van de gang van zaken. Ook stelt [gedaagde] onjuiste betalingsoverzichten gehad te hebben van De Friesland Zorgverzekeraar. [gedaagde] verzoekt De Friesland Zorgverzekeraar te veroordelen in de proceskosten, aan haar zijde begroot op

€ 486,52.

5 De beoordeling

5.1.

De Friesland Zorgverzekeraar heeft, naar aanleiding van het verweer van [gedaagde], bij repliek inzichtelijk gemaakt, aan de hand van emails en overzichten, hoe de vordering is ontstaan. Het lag op de weg van [gedaagde] om haar verweer naar aanleiding daarvan nader te onderbouwen en inzichtelijk te maken waarom de vordering onjuist is. [gedaagde] voert in haar reactie enkel aan dat de vordering ‘onduidelijk en onbegrijpelijk’ is, maar zij laat na dit op enige wijze te onderbouwen. [gedaagde] slaagt er niet in aan te tonen dat er geen openstaande vordering is bij De Friesland Zorgverzekeraar of in ieder geval haar verweer nader te concretiseren met gegevens hieromtrent. Daarom wordt het gevorderde bedrag aan hoofdsom toegewezen.

5.2.

De vordering tot vergoeding van de rente is op de wet gegrond en zal als onweersproken eveneens worden toegewezen.

5.3.

De Friesland Zorgverzekeraar maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, nu het verzuim van [gedaagde] na

30 juni 2012 is ingetreden.

De door De Friesland Zorgverzekeraar verzonden aanmaning voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. De gevorderde vergoeding van € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden toegewezen.

5.4.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, als hierna vermeld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan De Friesland Zorgverzekeraar tegen kwijting te betalen € 123,05, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 73,50 vanaf 4 januari 2016 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Friesland Zorgverzekeraar vastgesteld op € 214,77 aan verschotten en € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

28374

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.