Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Rotterdam, 7 november 2006

ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4950Zaaknummer 10/000396-04 Beschikking op verzoekschrift ex art. 591a Sv

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
7 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/000396-04 Beschikking op verzoekschrift ex art. 591a Sv
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking op verzoekschrift ex artikel 591a Wetboek van Strafvordering van Rachid B., vrijgesproken verdachte in de zaken tegen de zogenoemde Hofstadgroep.

Volledige tekst

RECHTBANK ROTTERDAM

NEVENVESTIGINGSPLAATS 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

parketnummer: 10/000396-04

kenmerk RK: 06/940

Beschikking van de rechtbank Rotterdam, nevenvestigingsplaats 's-Gravenhage, raadkamer in strafzaken, op het verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van:

Rachid B.,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]1978,

wonende te [adres],

te dezer zake domicilie kiezende te Amsterdam,

Roelof Hartstraat 31, ten kantore van mr. H. Bos,

ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 20 juni 2006, strekkende tot een vergoeding ten laste van de Staat van de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen ter zitting van het onderhavige verzoekschrift.

Ter zitting heeft de raadsvrouw het bedrag gesteld op € 540,=.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.

De rechtbank heeft op 10 oktober 2006 dit verzoekschrift in raadkamer behandeld.

Verzoeker is -hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen- niet in raadkamer verschenen; wel aanwezig was zijn raadsvrouw mr. H. Bos, advocaat te Amsterdam.

De raadsvrouw heeft in raadkamer desgevraagd verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn.

De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.

Beoordeling van het verzoekschrift.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot behandeling van het verzoek.

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door een inmiddels onherroepelijk vonnis van deze rechtbank van 10 maart 2006, waarbij verzoeker is vrijgesproken van het hem telastgelegde.

Het verzoek is tijdig ingekomen.

De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om verzoeker voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het onderhavige verzoek het te dien aanzien gebruikelijke bedrag van in totaal € 540,= toe te kennen.

De rechtbank zal dan ook dienovereenkomstig beslissen.

Beslissing.

De rechtbank kent aan verzoeker toe ten laste van de Staat een bedrag van in totaal € 540,= (zegge: VIJFHONDERDVEERTIG EURO).

Deze beschikking is gegeven te 's-Gravenhage door mrs. De Boer, voorzitter, Van Belzen en Van de Kar, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. De Vroom en Dingley, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 november 2006.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 591a Sv

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.