Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 24 februari 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:969Zaaknummer 11874045 \ CV EXPL 25-2725

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11874045 \ CV EXPL 25-2725
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Enschede
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Effectenleasezaak.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens Heese heeft gehandeld en/of toerekenbaar jegens [eiser] tekort is geschoten op de in de dagvaarding genoemde gronden;

3.2.

verklaart voor recht dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatige handelen van Dexia en dat Dexia gehouden is om deze schade aan [eiser] te vergoeden (zoals dat vastgesteld is in het vonnis tussen partijen van 26 september 2024);

3.3.

veroordeelt Dexia de bedragen die zij ingevolge het vonnis van 26 september 2024 nog verschuldigd is voor de onderhavige overeenkomsten aan [eiser] te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente, inhoudende:

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 1] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.465,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2005 tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.418,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023 t/m de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van het in rov. 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 vastgestelde bedrag (2/3-e deel van € 1.321,25=) € 880,83, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 3] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.732,70, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, en tot betaling van het bedrag dat zij ingevolge rov. 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 aan [eiser] verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in rov. 4.33 van het vonnis van 26 september 2024 is overwogen tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 4] om aan [eiser] te betalen het bedrag dat zij ingevolge 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 aan [eiser] verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in rov. 4.33 van het vonnis van 26 september 2024 is overwogen tot aan de dag der algehele voldoening.

3.4.

veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 861,47 (€ 144,47 kosten dagvaarding,

€ 257,00 griffierecht, € 360,00 gemachtigdesalaris en € 100,00 nakosten), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,

3.5.

veroordeelt Dexia in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, rechter-plaatsvervanger, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De motivering van de beslissing
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11874045 \ CV EXPL 25-2725

Vonnis van 24 februari 2026

in de zaak van

[eiser] ,wonende te [woonplaats],

eisende partij, hierna te noemen [eiser],

gemachtigde: Leaseproces,

tegen

de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde partij, hierna te noemen Dexia,

gemachtigde: USG Legal Professionals.

1 De procedure

1.1.

[eiser] heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding.

1.2.

Dexia heeft op de rol van 14 oktober 2025 gevraagd om uitstel en daarna op de rol van 13 november 2025 om royement van de procedure.

1.3.

[eiser] heeft op de rol van 23 december 2025 aangegeven niet akkoord te zijn met royement omdat Dexia nog niet (volledig) aan haar vergoedingsplicht heeft voldaan.

1.4.

Dexia is hierop in staat gesteld (alsnog) te concluderen voor antwoord op de rol van 27 januari 2026. Dexia heeft geen conclusie genomen.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De motivering van de beslissing

2.1.

De inhoud van de dagvaarding geldt als hier ingelast en herhaald.

2.2.

Ondanks hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld heeft Dexia de vordering niet weersproken. De niet weersproken vorderingen zijn toewijsbaar als volgt, waarbij voor de geldsommen geldt dat deze worden toegewezen voor zover die niet reeds door Dexia zijn betaald, gelet op de mededeling van [eiser] dat niet wordt ingestemd met royement omdat Dexia nog niet (volledig) aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan.

2.3.

Dexia dient, als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten te dragen.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens Heese heeft gehandeld en/of toerekenbaar jegens [eiser] tekort is geschoten op de in de dagvaarding genoemde gronden;

3.2.

verklaart voor recht dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatige handelen van Dexia en dat Dexia gehouden is om deze schade aan [eiser] te vergoeden (zoals dat vastgesteld is in het vonnis tussen partijen van 26 september 2024);

3.3.

veroordeelt Dexia de bedragen die zij ingevolge het vonnis van 26 september 2024 nog verschuldigd is voor de onderhavige overeenkomsten aan [eiser] te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente, inhoudende:

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 1] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.465,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2005 tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.418,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023 t/m de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van het in rov. 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 vastgestelde bedrag (2/3-e deel van € 1.321,25=) € 880,83, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 3] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.732,70, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, en tot betaling van het bedrag dat zij ingevolge rov. 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 aan [eiser] verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in rov. 4.33 van het vonnis van 26 september 2024 is overwogen tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 4] om aan [eiser] te betalen het bedrag dat zij ingevolge 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 aan [eiser] verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in rov. 4.33 van het vonnis van 26 september 2024 is overwogen tot aan de dag der algehele voldoening.

3.4.

veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 861,47 (€ 144,47 kosten dagvaarding,

€ 257,00 griffierecht, € 360,00 gemachtigdesalaris en € 100,00 nakosten), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,

3.5.

veroordeelt Dexia in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, rechter-plaatsvervanger, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.