Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 12 oktober 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6471Zaaknummer C/08/351433 / JE RK 26-1499

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12 oktober 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/351433 / JE RK 26-1499
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedeeltelijke gezagsuitoefening door GI voor aanmelding onderwijsinstelling speciaal voortgezet onderwijs. De aanmelding is rond met handtekening ouder op aanmeldformulier. Ook zonder toestemming ouder aan school voor opvragen informatie. Art. 1:265e BW. Verzoek GI afgewezen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

Wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026 door M. Vodegel, kinderrechter, in aanwezigheid van P. Groothedde als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/351433 / JE RK 26-1499

Datum uitspraak: 12 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een gedeeltelijke gezagsbelasting

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Overijssel, gevestigd te Zwolle,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats]

en

[minderjarige].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 september 2026 en
  • een uitgeprinte e-mail van [locatie], overgelegd door de GI op de hierna genoemde zitting.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder en

- [naam] namens de GI.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] verblijft elders.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 juni 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 juni 2027.

2.4.

Tevens is bij deze beschikking de machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 17 december 2026.

2.5.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 augustus 2026 een voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie jeugdhulp, met ingang van 6 augustus 2026 tot 17 december 2026, uitgesproken.

3 Het verzoek

3.1

De GI verzoekt te bepalen dat met ingang van 7 juli 2026 het gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verwijst voor de onderbouwing naar het verzoek en heeft daar ter zitting nog het volgende aan toegevoegd.

3.2

De moeder heeft het aanmeldformulier ondertekend, maar zij heeft de toestemmingsformulieren voor het opvragen en uitwisselen van informatie niet ondertekend. De school heeft gecommuniceerd dat zolang deze noodzakelijke informatie ontbreekt, er nog geen definitief besluit wordt genomen over de toelating van [minderjarige] en de startdatum. De GI stelt zich op het standpunt dat de aanmelding hierdoor nog niet rond is en zij handhaaft daarom het verzoek.

4 De standpunten

4.1

De moeder heeft het formulier voor de inschrijving van [minderjarige] op de school voor voortgezet speciaal onderwijs [locatie] ondertekend. Zij heeft daarbij geen toestemming gegeven aan deze school om informatie op te vragen bij de oude school van [minderjarige], de GI, een GGZ instelling en de instelling waar [minderjarige] verblijft. De moeder geeft deze toestemming niet, omdat [minderjarige] dat nadrukkelijk niet wil omdat zij van mening is dat er in de stukken onwaarheden over haar staan. De moeder heeft gehoor gegeven aan deze wens van [minderjarige], omdat [minderjarige] op de nieuwe school met een schone lei wil beginnen. Bovendien is voor de moeder en [minderjarige] niet duidelijk welke informatie de school precies wil opvragen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter zal het verzoek van GI afwijzen. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De GI vraagt gedeeltelijk gezag toe te kennen aan de GI voor zover het betreft de aanmelding van [minderjarige] bij een onderwijsinstelling. De kinderrechter stelt vast dat de moeder inmiddels het aanmeldformulier voor [locatie], onderdeel uitmakend van Stichting Speciaal Onderwijs Twente en Oost-Gelderland, heeft ondertekend en ingeleverd. Op dit formulier wordt ook gevraagd om toestemming voor het opvragen van informatie over de leerling bij betrokken onderwijsinstanties, betrokken jeugdzorg instanties, betrokken GGZ-instelling en de instelling waar de leerling verblijft. De moeder weigert deze toestemming te geven. De school heeft hierop gemeld dat het voor de beoordeling van de ondersteuningsbehoefte, het bieden van een mogelijk passende onderwijsplek en het realiseren van een veilige onderwijssetting noodzakelijk is te beschikken over deze informatie. De school heeft daarom nog geen definitief besluit genomen over de toelating en startdatum.

5.3.

Van belang voor de beoordeling van het verzoek van de GI is of [minderjarige] nu wel of niet is aangemeld bij de school, nu de moeder wel het aanmeldformulier heeft ondertekend, maar geen toestemming heeft gegeven voor het opvragen van informatie door de school. De kinderrechter is van oordeel dat de moeder met de ondertekening van het aanmeldformulier [minderjarige] heeft aangemeld bij de school. In de wet staat dat ouders verplicht zijn aan de school gegevens te verstrekken over de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer.[_9de9ea73-d348-40b2-b3ec-34bfa5ac0da2] Deze gegevens zijn door de moeder verstrekt, samen met het ondertekende aanmeldformulier. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank de aanmelding compleet geworden. De school vraagt om meer informatie om de – afgeronde – aanmelding vervolgens te kunnen beoordelen. Nadat een leerling is aangemeld, beoordeelt het bevoegd gezag (in dit geval de stichting) namelijk of de aanmelding een kind betreft dat extra ondersteuning behoeft. Hiertoe kan de stichting de ouders verzoeken gegevens te overleggen over stoornissen of handicaps van het kind of beperkingen in de onderwijsparticipatie.[_2b9d8fee-05fe-4ecc-bd02-204c4ecd87d9] Dit verzoek komt dus pas in beeld na de aanmelding. Daarnaast wordt een leerling alleen toegelaten voor voortgezet speciaal onderwijs nadat de leerling toelaatbaar is verklaard tot het voortgezet speciaal onderwijs. Maar ook dat is een beoordeling die plaatsvindt nadat een kind is aangemeld.[_849f6d11-8113-4c4d-9292-65591318b5e2] Het verzoek van de GI is echter gericht is op de aanmelding van [minderjarige] op een onderwijsinstelling. Zoals hiervoor overwogen is de rechtbank van oordeel dat de aanmelding van [minderjarige] op een onderwijsinstelling al is afgerond. De rechtbank zal daarom dit verzoek afwijzen.

5.4.

De kinderrechter merkt nog het volgende op. De school heeft aangeboden om samen met [minderjarige] te kijken welke informatie de school wil opvragen en op welke manier dat voor [minderjarige] passend zou zijn. De kinderrechter hoopt dat de moeder en [minderjarige] op dit aanbod in zullen gaan, zodat de school de informatie krijgt die hij nodig heeft om te kunnen beslissen over de ondersteuningsbehoefte, een passende onderwijsplek en de toelating van [minderjarige]. Het is immers van groot belang voor [minderjarige] dat zij zo snel mogelijk weer naar school kan gaan.

6 De beslissing

De kinderrechter:

Wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026 door M. Vodegel, kinderrechter, in aanwezigheid van P. Groothedde als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. art. 42a lid 1 Wet op de expertisecentra (WEC)
  2. art. 40 lid 4 WEC
  3. art. 40 lid 10 en lid 12 WEC

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.